Pagina's

22 feb. 2016

Los Rojiblancos van Granada

Met een zucht en een lange gaap werd ik op 3 januari van dit jaar wakker in het Spaanse Malaga. Negen uur geleden zat ik nog op de tribune bij Malaga CF maar het was de hoogste tijd om snel uit de veren te komen. Om 10.15 uur zou namelijk mijn bus vertrekken naar de volgende bestemming van mijn reis. Snel mijn spullen bij elkaar pakken, even vluchtig douchen en daarna direct door naar het busstation van Malaga.

Lang hoefde ik daar niet te wachten want mijn bus stond al klaar. De bus naar Granada. Een korte rit van zo’n anderhalf uur zou deze afstand mij bezig houden. Een mooi moment om even de ogen te sluiten. Maar daar kwam niet veel van terecht. Ik raakte aan de praat met een aantal Duitsers die met eenzelfde missie naar Spanje waren afgereisd. Zo veel mogelijk wedstrijden zien. We wisselden wat ervaringen uit en voor dat ik het wist reden we een parking op in Granada waar ons vriendelijk werd verzocht om uit te stappen. De bestemming was bereikt.

Nog snel nam ik afscheid van de Duitsers en zette ik mijn voeten in beweging richting mijn hotel. Dat bleek nog een hele opgave. In eerste instantie leek het goed te gaan. Tot dat ik op een kruispunt aankwam. En als je de weg niet zeker weet ga je twijfelen. Zeker op een kruispunt. Afijn, verkeerde weg gekozen en toch maar besloten een taxi te nemen die mij voor de deur van het hotel zou afzetten.

Na snel te hebben ingecheckt, ging ik direct door naar mijn volgende doel van die dag. Granada CF speelde in eigen huis, Estadio Los Nuevos Carmenos, tegen een andere ploeg uit Andalusië. Europa League winnaar Sevilla FC kwam op bezoek. Een affiche waar ik me van tevoren best wel op verheugd had. Ik leefde namelijk in de veronderstelling dat het een beetje een derby was. Maar dat lag toch wel wat anders toen ik bij het stadion kwam.

De supporters van Sevilla hadden een pleintje ingenomen en stonden daar wat te drinken. Af en toe ging dit gepaard met wat gezang. Blijkbaar zagen de supporters van Granada dit niet vaak want zij keken nogal glazig toe hoe de gasten een klein feestje aan het bouwen waren. Nadat ik mijn kaartje had afgehaald bij de kassa besloot ik maar snel naar binnen te gaan. Buiten was er niet veel te doen en toen er wat druppels water uit de lucht vielen, besloot ik maar snel naar binnen te gaan.

Wat vond ik van het stadion? Een prima stadion naar mijn mening. Ja, er kunnen wat regendruppels op je neerkomen als je niet overdekt zit. Daar kwam ik tijdens deze wedstrijd achter. Wat dit stadion erg bijzonder en aangenaam maakt is het uitzicht dat je, bij droog en helder weer, hebt. Je kijkt dan namelijk uit op de bergen van de Sierra Nevada. Met een beetje geluk kan je ook wat plukjes sneeuw spotten.

De wedstrijd. Sevilla begon sterk. Onder aanvoering van José Antonio Reyes werd de druk op de thuisploeg opgevoerd. Maar een van de dingen die het voetbal zo mooi maken zijn de onverwachte gebeurtenissen. Want geheel tegen de verhouding in nam Granada de leiding. En twintig minuten later was het zelfs 2-0. Sevilla deed vlak voor rust nog iets terug via Vitolo maar in de tweede helft hield Granada stand. Een erg knappe overwinning van de ploeg die er niet goed op staat in de Spaanse competitie.

Na twee dagen voetbal was het voor mij even rust. Even bijtanken van twee leuke potjes.  




12 jan. 2016

Zon, zee en voetbal in Malaga

In de vroege ochtend van zaterdag 2 januari van het nieuwe jaar besloot mijn wekker mij te wekken voor een achtdaagse trip door het Spaanse land. Van harte ging dat wakker worden niet. Zo’n 24 uur daarvoor stond ik nog het nieuwe jaar in te luiden. Maar het vooruitzicht om naar Spanje te gaan vergoedde veel en daardoor kwam er al snel een grijns op mijn gezicht. En de eerste halte die in mijn reis werd aangedaan was de stad Malaga.

De stad Malaga was voor mij geen onbekend terrein. In 2013 bezocht ik de stad, waar Picasso het levenslicht zag, voor het eerst. Een erg fijne plek als je een liefhebber van zon en zee bent. Wat ik zelf het prettigste vind aan deze stad is dat er ook op historisch vlak het een en ander te beleven is. Zo is het heerlijk om je kuiten eens uit te testen en een stevige klim te maken om vervolgens vanaf Castillo de Gibralfaro een fantastisch uitzicht over de stad en zee te hebben.

Maar de ware reden dat ik op de tweede dag van 2016 in Malaga was beland had te maken met het mooiste spelletje ter wereld. Ik wilde namelijk in de eerste week van januari een week op pad om een aantal voetbalwedstrijden te bezoeken. Toen ik naar de speelschema’s ging kijken viel mijn oog direct op Spanje. Daar was het mogelijk om een mooie week samen te stellen waarbij ik in totaal vijf wedstrijden in acht dagen tijd zou bijwonen.

De eerste wedstrijd bracht mij in het Estadio La Rosaleda. De thuisbasis van Malaga CF. Persoonlijk vind ik het een merkwaardige club. Nog niet zo lang geleden probeerde de club met behulp van Qatarees geld de top in Spanje te bestormen. Namen als Van Nistelrooij, Santi Cazorla en Isco werden met veel tromgeroffel binnen gehaald. En het leek te lukken. In 2012 werd de ploeg vierde en mocht zo voor het eerst deelnemen aan de Champions League. Het wist tijdens die deelname tot aan de kwartfinales door te stoten. Daar was Borussia Dortmund uiteindelijk te sterk.

Maar zoals zo vaak komen na hoge pieken ook weer diepe dalen. De club kreeg namelijk te maken met forse schulden die de eigenaar uit Qatar had veroorzaakt. Hij besloot in 2014 het stokje over te dragen en de dagen van het grote sportieve succes in Malaga waren voorbij. De ploeg wist zich de afgelopen seizoenen in de middenmoot te nestelen. Een plek waar ze volgens mij best tevreden mee mogen zijn.

De tegenstander was Celta de Vigo. Een ploeg die voor mij niet heel erg bekend is. Ik herinner me nog dat ik als klein jochie voor Ajax stond te juichen toen zij speelde tegen deze Spaanse equipe. En Daniel de Ridder speelde ooit nog voor deze club. Maar verder dan dit reikt mijn kennis over de ploeg uit Vigo niet.

Estadio La Rosaleda vind ik een leuk stadion. De lange zijdes hebben een overkapping en de tribunes achter beide doelen moeten vooral hopen dat het niet gaat regenen. Op een van deze onoverdekte tribunes nam ik plaats en gelukkig waren de weergoden mij gunstig gezind. Opzicht niet zo gek want overdag was het met zo’n 22 graden en volop zon al niet slecht toeven in Malaga. Wat mij verder opviel aan dit stadion waren de witte trapleuningen. Deze paste perfect bij de 33.000 blauwe stoeltjes.

De wedstrijd dan. Deze verliep tot iedereens verrassing vrij simpel voor de thuisploeg. Na een half uur stond het al 2-0. Celta de Vigo bleek niet in staat om gevaarlijk voor het doel te komen. De tweede helft kwamen de gasten nog met tien man te staan nadat de doelman de sterk spelende Nordin Amrabat ten val bracht in de eigen zestienmeter. Wat volgde was een rode kaart en een penalty die Amrabat zelf wilde nemen. Maar deze werd eenvoudig gestopt door de ingevallen doelman.

Het bleef 2-0. 17.635 toeschouwers zagen Malaga verdiend winnen. Wat mij nog lang bij zal blijven van deze wedstrijd is dat ik hier de meest lelijke mascotte ooit heb gezien. Hij laat zich nog het beste omschrijven als het achterlijke neefje van Spongebob Squarepants. Oordeel zelf maar.

Na de wedstrijd ging ik snel huiswaarts richting het hotel. Want de volgende dag moest ik alweer vroeg op om de bus naar Granada te nemen. Daar stond mijn tweede wedstrijd op het programma.







30 dec. 2015

Het was een tof jaar!

Het jaar is voorbij gevlogen. En toen ik de lijstjes voorbij zag komen kon ik niet anders dan ook aan de slag gaan en een selectie maken. Het was een klus maar het is gelukt. Een jaar met veel hoogtepunten en af en toe een tegenslag. Enjoy!

Wisła Kraków - Pogoń Szczecin, 20 februari
Het jaar wat betreft het groundhoppen begon dit jaar voor mij pas in februari. Krakau was de bestemming. Een trip die vooral in het teken stond van een bezoek aan Auschwitz. Maar nadat ik eens goed de speelkalender van de Ekstraklasa had gekeken zag ik dat Wisla op de vrijdagavond een optie was. Het werd een deceptie. Twee uur op voorhand arriveerden we bij het stadion. Een uur werd er gewacht om een clubcard te bemachtigen. Dat lukte! Echter bleek de wachtrij erg lang te zijn. Een half uur na de aftrap stonden we nog steeds in de wachtrij. We hoorden de opstellingen door de speakers galmen, het aanwezige publiek zette voor het eerst vocaal in maar met eigen zou ik het nooit zien. 


Go Ahead Eagles – Helmond Sport, 4 december
De plannen waren er al langer om eens af te zakken naar Deventer. Maar in het vorige seizoen kwam het er maar steeds niet van. Dus was het wachten op het nieuwe seizoen. De Adelaarshorst werd aangedaan tijdens een wedstrijd van de Eagles tegen Helmond Sport. Door verschillende oponthouden met de trein kwamen we een paar minuten te laat binnen. Maar ik heb genoten. Knus stadion en vriendelijke mensen. 


Standard Luik – Club Brugge, 2 mei
Sclessin stond al lang op het verlanglijstje. Opzicht goed te bereizen vanuit Eindhoven en dus was het me een raadsel waarom ik nog niet eerder die kant op was gegaan. Afijn, trein in en gaan. Aangekomen in Luik was het heerlijk weer. Met een zonnetje in de lucht liep ik richting het stadion. Gedurende mijn route kreeg ik meer en meer zin in deze wedstrijd. En ik werd beloond, oké het niveau van de wedstrijd was niet fantastisch, want de sfeer op de tribune was top. Net als het stadion zelf!


Vanløse IF – NB Bornholm, 13 juni
Kopenhagen is een fantastische stad. Genoeg voetbalclubs om je een weekend goed te vermaken. Maar als je tijdens een interland periode in de Deense hoofdstad bent zijn de clubs in de hoogste divisies geen opties. Gelukkig wel in de lagere regionen. En dat bracht mij bij Vanløse IF, een club actief op het vierde niveau. Met zo’n 200 mensen was ik toeschouwer van een verschrikkelijke wedstrijd. Maar een penalty die zo slecht werd genomen waarbij de bal terecht kwam in een van de voortuinen van de aangrenzende woonhuizen, maakte veel goed op  het Vanløse Idrætspark.


Denemarken – Servië, 13 juni
Parken Stadion was het decor van een EK–kwalificatie wedstrijd tussen Denemarken en Servië. Geen bijzonder stadion en ook de wedstrijd had niet veel om het lijf. Waarom ik deze wedstrijd dan wel benoem? Ik heb een zwak voor de Denen en dat is na twee dagen Kopenhagen alleen maar sterker geworden. Ik gun ze dan ook wel het nodige succes komende zomer.


HSV – VFB Stuttgart, 22 augustus
Zaterdag 22 augustus vertrok mijn vliegtuig om 13.55u in Amsterdam. Een klein uurtje later zette ik voet op Duitse bodem. Snel naar het hostel en door naar het stadion. Om 17.30u kwam het Volksparkstadion in beeld. Alles klopte aan de wedstrijd die ik vervolgens te zien kreeg. HSV kwam achter, maakte de gelijkmaker zes minuten voor tijd en de winnende viel in de 89e minuut. Een dag later keerde ik weer huiswaarts met een mooie herinnering in het hoofd.


1.FC Köln – VFL Wolfsburg, 23 mei
Zeker geen bijzondere wedstrijd omdat er voor beide ploegen niet veel meer op het spel stond. Maar het stadion mocht er wat mij betreft zijn. En het hoogtepunt kwam na de wedstrijd toen de Keulse band Brings na het laatste fluitsignaal een optreden gaf. Polka Polka Polka! 


Rayo Vallecano – UD Las Palmas, 15 augustus
Een weekend naar Madrid is nooit verkeerd. En zeker niet als je dat kan combineren met wat voetbal. Dat zou geen probleem moeten zijn in de stad die nogal wat ploegen kent die op het hoogste niveau actief zijn. Het probleem zat hem er alleen wel in dat de competitie pas een week later zou beginnen. Maar het geluk was aan onze kant en zo konden we naar de vriendschappelijke wedstrijd in het Estadio de Vallecas. Leuke club, geinig stadion en zeker nog een bezoek waard met en competitiewedstrijd.


Legia Warschau – Napoli, 1 oktober
Het was fantastisch in Warschau! Vanaf de perstribune zag ik hoe de Legia-aanhang letterlijk de hele tribune in een vuurzee liet veranderen. Ik ben zeker niet voor pyro-acties in een stadion maar hier was ik toch van onder de indruk. Dat was ik ook van het gezang van de Poolse supporters.


WK Rugby Ierland – Roemenië, 27 september
Mijn laatste hoogtepunt is geen voetbalwedstrijd. Het WK Rugby was in Engeland en die kans liet ik niet onbenut om erbij te zijn. Op een volgepakt Wembley met maar liefst 89.267 bezoekers, vooral Ieren, was ik onderdeel van een record; het hoogst aantal bezoekers bij een WK Rugby wedstrijd ooit! En het was mijn eerste bezoek aan Londen. Een trip die ik mij nog lang zal heugen.

17 nov. 2015

De jongens die gewoon voetbalden

Ik neem u mee terug naar zaterdag 6 december 2014. Mijn wekker besloot, nadat ik hem zo had ingesteld, om 4.30 uur in de vroege ochtend mij te wekken. Met nog wat slaperige ogen maar met enorm veel goede zin trok ik mijn kleren aan. Want er wachtte een bijzondere dag. Na een klein ontbijtje besloot ik mijn fiets te pakken en me te begeven door de enigszins verlaten straten van Gent, de plaats waar ik op dat moment woonde.

Na een klein tochtje kwam ik aan bij het station Gent-Sint-Pieters. Het was nog steeds rustig op straat en ook in het station was er nog niet veel te zien en te beleven. Maar dat maakte mij niets uit. Ik begaf me naar een van de perrons en wachtte daar geduldig op de trein die nog moest komen. Met een beker koffie in mijn hand zag ik in de verte iets aankomen. Het waren de lichten van mijn trein. Met een piepend geluid kwam de trein, komende uit Brugge, tot stilstand.

Al snel verzamelden de nodige Japanners en Chinezen zich voor de deuren en ontstond er een kleine opstopping die al snel ongedaan werd gemaakt door een conducteur met een klein lachje op zijn gezicht. Nadat de enthousiaste Aziaten hun plaats hadden ingenomen kon dan ook ik de trein betreden. We vertrokken. De Thalys zou mij brengen naar de Franse hoofdstad Paris!

Om iets over half tien kwamen we het station Gare du Nord binnenrijden. ‘Bienvenue à Paris’, sprak de omroeper van de trein. Ik voelde een bijzonder aangename spanning zich meester van mij maken. Het is dezelfde spanning die je hebt wanneer je op vakantie gaat of je jouw favoriete club tegen de grote rivaal mag toejuichen. Mijn voeten kwamen in beweging en brachten mij naar het gigantische metronetwerk van Parijs. De eerste halte was de Eiffeltoren.

Als je nog nooit in Parijs bent geweest is dat toch wel een van de dingen die je wilt of moet zien. Daar eenmaal aangekomen maakte ik een stevige wandeling en genoot van de waterige ochtendzon in de vrieskou. Na een tocht van een uur maakte ik een stop bij een café. Het croissantje en de kop koffie, verkrijgbaar voor de spotprijs van zo’n €8,50, vielen goed in de smaak maar ik besloot snel verder te gaan naar mijn reden voor een tocht naar Parijs.

Om iets over twaalf liep ik de trappen op die ervoor zorgden dat ik het metrostation Porte de Saint-Cloud verliet. En daar lag het stadion van de grootste club, PSG, uit de Franse hoofdstad. Het Parc des Princes lag er wat troosteloos bij omdat de zon verdwenen was. Ik besloot een rondje te lopen om het stadion. Na een kwartier was het rondje al voorbij. De wijzers van de klok stonden bijna op half een. Opzicht niet erg, maar de wedstrijd tegen Nantes begon pas om 17.00 uur.

Na een kort overlegmoment met mijn gedachten kwamen mijn benen in beweging en zette ik koers richting een supermarkt. Met een stokbrood, een pakje kaas en een flesje cola onder mijn arm liep ik de winkel uit. De eerste fase van mijn plan was volbracht. De volgende opdracht was het vinden van een prettige plek om mijn stokbroodje naar binnen te werken. Plots zag ik een voetbalveldje waar een paar bankjes stonden. Zonder aarzeling liep ik naar een van deze banken en nam plaats.

Goed, ik zal u het gedeelte besparen waarin ik iedere hap van mijn stokbrood beschrijf. Maar laat ik het zo zeggen, na drie happen had mijn gehemelte al genoeg van het Franse brood. Ik bleef nog even zitten bij het veldje. Het was een prachtige plek. Midden in een miljoenenstad lag dit veldje er prachtig bij. Omringd door groene bomen en statige huizen was de ligging al een ware attractie voor mij. En het prachtige grasveldje maakte alles af.

In de verte zag ik twee jongens mijn kant op komen. Een van hen had een bal bij zich. Ze liepen wat te dollen. Tenminste daar leek het op en met mijn beperkte kennis van de Franse taal kon ik er ook niet heel veel anders van maken. Eenmaal aangekomen bij het veldje werd de bal snel naar de grond gebracht en werd er vol passie gevoetbald.

Beide jongens, ik schatte ze op een leeftijd van tien jaar, deden enorm hun best. De ene jongen had veel weg van Eden Hazard. Hij was behendig, draaide zijn opponent bij tijd en wijlen helemaal dol en sprak Frans. De andere jongen had dan weer het voordeel een kop groter te zijn. Met zijn fysiek was hij balvast en deed hij mij sterk denken aan Ibrahimovic, met het verschil dat deze kleine man geen Zweeds spreekt.

Het was prachtig om te zien. De duels tussen deze kinderen, die speelden alsof hun leven ervan af hing, waren intens. In nog geen half uur tijd werd het prachtige veldje toneel van een heerlijk schouwspel. De plaggen gras vlogen met enige regelmaat door de lucht. Maar dat maakte niets uit. De kinderen hadden plezier en ook ik genoot met volle teugen van hun aanstekelijke enthousiasme.

Vrijdag 13 november 2015. Bijna een jaar na mijn bezoek aan Parijs. In de loop van de avond kwamen de berichten van aanslagen in de stad langzaam binnen. Mensen die genoten van het leven kwamen op een vreselijke manier aan hun einde. Al snel werd er gepraat over de daders en hoe de Westerse landen daar op moesten reageren. Maar ik kon en wilde er niet over nadenken.

Ik moest denken aan de twee jongens die ik een jaar eerder nog zag schitteren op een voetbalveldje in Parijs. Wat hebben zij zaterdag gedaan? Zouden zij weer naar hetzelfde veldje zijn gegaan? En zouden Hazard en Ibramhimovic weer het veld hebben omgeploegd? Maar ik kon op deze vragen geen antwoord krijgen.

Wel is er de hoop. De hoop dat deze jongens afgelopen zaterdag weer lachend naar het veldje liepen. De hoop dat zij met smerige broeken zijn thuisgekomen omdat zij een sliding maakten in het natte gras. De hoop dat hun moeders kwaad werden omdat zij vijf minuten te laat terugkeerden.

Hopelijk hebben deze jongens gewoon gevoetbald.

6 apr. 2015

Popiejopie-gedrag op de tribunes

Er zijn van die dagen in het jaar waar je totaal geen raad mee weet. Enkele voorbeelden zijn Tweede kerstdag en in dit specifieke geval Paasmaandag. Gelukkig ben ik op deze dag niet de enige die niet weet wat hij moet doen op deze dag. Deze mensen kiezen ervoor om, vrijwillig, naar een woonboulevard te gaan. Zij kiezen ervoor om niet op een snelweg in de file te staan maar om bij de IKEA in de rij aan te sluiten.

Persoonlijk heb ik deze maandag omgedoopt tot een niets doen dag. Vind ik heerlijk. Gewoon wat dwalen in mijn eigen gedachten. En op internet een hoop artikelen lezen. Van Sjaak Rijke, de Nederlander die vanochtend door Franse soldaten werd bevrijd in het altijd gezellige Mali, tot een recensie van de film Foute Vrienden. Deze moet echt van een bedroevend niveau zijn. Maar goed daar ga ik niet over.

Op deze maandag heb ik, zoals gewoonlijk, Twitter de gehele tijd open staan. Ik volg veel mensen die allemaal wel wat zinnigs te melden hebben en continu artikelen tippen. Zo lees ik veel berichten die je anders niet vaak voorbij ziet komen. Plots was daar een Tweet van Josien Wolthuizen. Een redacteur bij de online versie van Het Parool. Er was een artikel dat mijn aandacht trok.

Gisteren werd in Utrecht een wedstrijd gespeeld tussen de lokale FC en Ajax. Al weken werd er vanuit de stad van de Domtoren geschreeuwd dat dit de wedstrijd van het seizoen zou worden. En daar hadden ze een punt als je de voorgaande edities tussen beide teams qua scoreverloop bekeek. Het zou wat worden.

De wedstrijd viel echter gruwelijk tegen. Het was nog erger dan een warm glas bier waarbij het schuim al na twee seconden is vertrokken. Het was niets. Ajax speelde voor de verandering weer erg attractief. Tikkie breed. En Utrecht wist zelfs die ene seconde met twaalf spelers nog geen indruk te maken. Iedereen die deze wedstrijd heeft gezien, ook ik, heeft negentig minuten van zijn weekend letterlijk weggegooid.

Vanaf mijn bank, de plek waar ik meestal de Eredivisie nauwgezet volg, zag ik deze bak ellende aan. Ook op de tribunes leek het een makke sfeer. Het werd niet giftig. Toch bleek dat op deze tweede paasdag wel iets anders te liggen. De Bunnikside, de fanatiekere aanhang van de FC, had een nieuwe tekst bedacht voor de gasten. Deze klonk als volgt:

Mijn vader zat bij de commando’s,
Mijn moeder zat bij de SS,
Samen verbranden zij Joden,
Want Joden die branden het best

Toen ik deze tekst las maar vooral hoorde werd ik best kwaad. Een vijandige voetbalsfeer mag er best zijn. Er mag af en toe best wel wat gescholden worden maar zolang dat niet structureel is vind ik alles best. Maar er zijn een aantal dingen die je niet moet doen. Een van die dingen is een van de meest verschrikkelijke periodes van de moderne geschiedenis erbij halen en daar dan onsmakelijke liedjes over zingen. Ook al zijn deze gericht aan het andere team.

Denk toch eens na. Wanneer besluit je dat het een uitstekend idee is om de Holocaust (kunnen heftige dingen te zien zijn) te gebruiken voor een liedje jegens een andere club? Ik wil hier zeker niet de moraalridder uithangen. Maar ik ben wel helemaal klaar met supporters die het nodig vinden om mensen te kwetsen. Of het nu Chelsea supporters zijn in de metro van Parijs of deze, in de ogen van sommigen, helden. Kap eens met die onzin.

Laatst zag ik gelukkig een filmpje voorbij komen waarbij ik enorm hard om moest lachen. Het filmpje dateerde uit een periode dat Volendam nog op het hoogste niveau actief was. NAC kwam op bezoek. Zij scoorden en wat er toen gebeurde vond ik enorm tof. In plaats van met ziektes schelden werd dit doelpunt gevierd met een polonaise. Deze werd begeleidt door de uitstekende tekst: “Hij zit erin!”

Zo kan het dus ook...



29 jan. 2015

We willen allemaal Charlie zijn, alleen wanneer het ons uitkomt

Afgelopen zondag stond er een mooie wedstrijd op de planning. Standard Luik speelde een wedstrijdje tegen de recordkampioen van België, Anderlecht. Een wedstrijd die al regelmatig het nieuws haalde in eerdere edities. Zo ging Axel Witsel eens op het been van Marcin Wasilewski staan. Laatstgenoemde moest dat bekopen met een gebroken been en daarop volgde een langdurig revalidatietraject.

De supporters van beide ploegen zijn ook geen hele goede vrienden van elkaar. Afgelopen zomer werd deze haat groter door de terugkeer van Steven Defour. Hij besloot na een periode in Porto terug te keren naar zijn land van herkomst. Alleen werd het niet Standard maar de grote concurrent Anderlecht. En dat vonden de supporters niet echt heel tof. Dat is nog zacht uitgedrukt.

In september 2014 speelde de nationale ploeg van België een oefenwedstrijd tegen Australië. Een wedstrijd die werd gespeeld in… Sclessin! Het stadion van Standard Luik. Defour speelde mee bij de Belgen en daarmee werd het interessant wat het aanwezige publiek zou doen. Na een aantal fluitconcerten werd de toon toch wat aangenamer voor Defour. Hij verliet het veld onder een klein applaus van de meeste supporters.

Het was even wachten tot dat het januari 2015 werd. De maand waarin Defour voor het eerst Sclessin bezocht met zijn nieuwe werkgever. Een ding stond vooraf al vast. Hij kon zich voor bereiden op een ontvangst dat hem dichter bij de hel dan de hemel bracht. Iedereen had zijn ogen gericht op de aanhang van Standard. Want vanuit die hoek zou er vast en zeker, of zeker en vast, wel een actie komen.

De spelers stonden op het punt het veld te betreden. Defour gaf nog wat oud ploeggenoten een hand of een knuffel. Het vijandige geluid nam toe naarmate de ploeg van Anderlecht het veld betrad. Toen het Luikse publiek Defour in het oog kreeg nam brak de hel los. Het gefluit en gejoel bereikte zijn hoogtepunt. Maar daar bleef het niet bij.

Een reusachtig doek verscheen. Een rood doek. Met daarop een pakkende tekst. Red or Dead. Dat was volgens de Luikse aanhang de keuze voor Defour. De tekst was echter niet hetgeen dat menig bezoeker en televisiekijker deed huiveren. Het was de afbeelding waarin een man met een duidelijk zichtbaar zwaard het onthoofde hoofd van Defour in zijn bezit had. Vervolgens begon wellicht het meest merkwaardige duel in de Belgische competitie van het seizoen 2014/2015.

Na afloop sprak niemand over het afscheid van Ciman of over andere noemenswaardige momenten. Het gesprek ging over het spandoek. Veel mensen vonden het walgelijk en niet kunnen. Dit had verboden moeten worden. Zoiets moest niet kunnen. Vooral de afbeelding was bij veel mensen in het verkeerde keelgat geschoten. Het deed hen denken aan mensen in een oranje pak die te maken kregen met ‘Jihadi John’, de man die iedere keer in filmpjes van IS opduikt.

Persoonlijk begreep ik de hele ophef niet. Dit is juist wat voetbal zo mooi maakt. Emotie. Mensen voelen pijn omdat zij zich verraden voelen door Defour. Zij nemen dan op deze manier wraak. Met een spandoek. Het is in ieder geval veel beter dan dat zij Defour persoonlijk hadden opgezocht en hem met geweld hun standpunt duidelijk probeerden te maken.

Maar wat mij vooral stoort zijn de berichten in de media. Het was volgens hen walgelijk en had nooit mogen gebeuren. Ik neem u even mee terug in de tijd. Het is zondag 11 januari. De hele wereld kwam samen in Parijs om mee te lopen in een mars tegen de moordpartij op de redactie van Charlie Hebdo. ‘Je suis Charlie’ werd door veel mensen verkondigd als een statement voor het vrije woord. Een gedachte die ik volledig onderschrijf. En steun.

Alleen nu zijn het deze mensen die een spandoek walgelijk vinden. Zij vinden dat dit doek nooit getoond had mogen worden. Want dat kan niet. Dat is beledigend. Zoiets had nooit mogen gebeuren. Dat was de mening van deze mensen.

Persoonlijk vind ik het ook niet echt een super tactisch doek. Iets meer humor en relativering was beter geweest. En dat onthoofde hoofd is niet echt heel tactvol op dit moment. Maar is dat dan een vrijbrief om maar te roepen dat dit verboden had moeten worden? Moet een journalist zich daarover uitlaten?

Nee! Dat is mijn antwoord op beide vragen. Journalisten zijn niet in de positie om te bepalen wat wel of niet deugdelijk is. Zij moeten zaken duiden zonder een persoonlijke mening daarin naar voren te brengen. En hoe walgelijk een spandoek in jouw persoonlijke opinie kan zijn, het is een vorm van meningsuiting. Een mening waar je het niet mee eens hoeft te zijn.

Dat laatste is namelijk de afgelopen weken meerdere keren in de publiciteit geweest. Iedereen moet kunnen schrijven en roepen wat hij of zij wil. En dat is nou net het probleem van afgelopen zondag. Mensen zijn erg snel vergeten dat het een mening is. De Luikse aanhang heeft recht op een mening. Een mening die wellicht tegen het zere been schopt. Maar dat is juist zo belangrijk aan de vrijheid van meningsuiting.


Ik kan maar tot een conclusie komen. En daar hoeft u het niet mee eens te zijn. Gelukkig niet. Mijn conclusie is dat we allemaal Charlie willen/wilden zijn. Maar wel wanneer het ons uitkomt. 

4 mrt. 2014

Le Vélodrome d'Hiver c'est un cauchemar!

Oorlogen hebben altijd iets fascinerends vind ik. Zijn het niet de meest gruwelijke misdaden van een leger dan zijn het wel de ontroerende verhalen die bestaan. Iedereen kent bijvoorbeeld wel het verhaal van Oskar Schindler dat prachtig verfilmd is door Steven Spielburg. Maar wat wellicht een van de meest onbekende verhalen is, is het verhaal Vélodrome d'Hiver.

Het Vélodrome d'Hiver zal veel mensen tegenwoordig niet veel meer zeggen. Tot en met de jaren ’30 van de vorige eeuw was dit een wielerstadion in Parijs. Er werden regelmatig wedstrijden georganiseerd. Het hoogtepunt was de Olympische Spelen van 1924 dat in Parijs gehouden werd. Hier werden onder andere de bokswedstrijden en worstelpartijen gehouden.

Maar zoals iedereen weet veranderde de wereld compleet in 1939. Duitsland viel op 1 september 1939 Polen binnen en een paar dagen later verklaarde het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk de Duitsers de oorlog. Frankrijk zag echter Duitsland in 1940 het Franse land binnenvallen. De Fransen hadden geen antwoord en zagen geen andere uitweg dan het land over te geven aan de Duitse bezetter.

Parijs was destijds al een grote stad. Een stad waar ook veel Joodse mensen woonden. In juli 1942 gaf Duitsland de opdracht dat alle Joden moesten worden opgepakt. Door middel van diverse razzia’s werden hele families opgepakt. Maar deze mensen wisten niet wat er met hen ging gebeuren. Er waren wel geruchten, maar die waren er in die tijd zoveel al geweest dat men die niet zo snel meer geloofde.

Het Vélodrome d'Hiver bleek een tijdelijk verblijf te worden voor ruim 8.000 Joodse mensen die waren opgepakt tijdens de razzia’s. Het velodroom, waar ooit nog mensen genoten van de vele sportwedstrijden, was nu slechts een plek geworden waar mensen angstige momenten beleefden. De angst kwam voort de onzekerheid. Want men had geen idee wat nog zou komen.

Maar tijdens de dagen waarop de Joodse mensen moesten verblijven in het Vélodrome d'Hiver waren de omstandigheden vreselijk. Er was nauwelijks schoon drink water. Er was te weinig voedsel en ook was er een gebrek aan sanitaire voorzieningen. Er waren ook maar een beperkt aantal artsen aanwezig. Zij probeerden de mensen te helpen die problemen hadden met hun gezondheid. Maar wanneer er volgens een van de bewakers niets aan de hand was en je naar zijn zin door zeurde, kon het zomaar gebeuren dat je dit met een kogel door het hoofd moest bekopen.

Een aantal mensen zagen het dan ook niet meer zitten en sprongen van de hoge tribunes naar beneden; zelfmoord. Het moet vreselijk zijn geweest om in die omstandigheden gevangen te zijn. Een mens heeft op dat moment zelf niets meer in handen. Je word overgeleverd  aan de angst die zich snel meester van je maakt. Je hebt je eigen lot niet meer in handen.

De Joden die in het Vélodrome d'Hiver werden vastgehouden werden uiteindelijk vervoerd naar diverse concentratiekampen in Europa waar de meest verschrikkelijke misdadigheden plaatsvonden. Veel mensen lieten daar het leven. Een enkeling overleefde het maar had er een gruwelijke herinnering bij.

Het Vélodrome d'Hiver werd na de Tweede Wereldoorlog weer gebruikt voor sporten. Zo werd in 1951 het Europees Kampioenschap basketbal gehouden in het stadion. Het stadion waar een aantal jaren ervoor dingen gebeurde waar je liever niet over nadenkt maar waarvoor je niet weg kan lopen.


Maar in 1959 moest het stadion gesloopt worden nadat een brand enorme schade had aangericht. Het stadion werd niet meer opgebouwd maar wel werd er een herdenkingsmonument opgericht voor de slachtoffers van deze gebeurtenis. Een nachtmerrie waarvan je hoopt dat het nooit meer zal gebeuren. Nooit meer…