Pagina's

22 feb 2016

Los Rojiblancos van Granada

Met een zucht en een lange gaap werd ik op 3 januari van dit jaar wakker in het Spaanse Malaga. Negen uur geleden zat ik nog op de tribune bij Malaga CF maar het was de hoogste tijd om snel uit de veren te komen. Om 10.15 uur zou namelijk mijn bus vertrekken naar de volgende bestemming van mijn reis. Snel mijn spullen bij elkaar pakken, even vluchtig douchen en daarna direct door naar het busstation van Malaga.

Lang hoefde ik daar niet te wachten want mijn bus stond al klaar. De bus naar Granada. Een korte rit van zo’n anderhalf uur zou deze afstand mij bezig houden. Een mooi moment om even de ogen te sluiten. Maar daar kwam niet veel van terecht. Ik raakte aan de praat met een aantal Duitsers die met eenzelfde missie naar Spanje waren afgereisd. Zo veel mogelijk wedstrijden zien. We wisselden wat ervaringen uit en voor dat ik het wist reden we een parking op in Granada waar ons vriendelijk werd verzocht om uit te stappen. De bestemming was bereikt.

Nog snel nam ik afscheid van de Duitsers en zette ik mijn voeten in beweging richting mijn hotel. Dat bleek nog een hele opgave. In eerste instantie leek het goed te gaan. Tot dat ik op een kruispunt aankwam. En als je de weg niet zeker weet ga je twijfelen. Zeker op een kruispunt. Afijn, verkeerde weg gekozen en toch maar besloten een taxi te nemen die mij voor de deur van het hotel zou afzetten.

Na snel te hebben ingecheckt, ging ik direct door naar mijn volgende doel van die dag. Granada CF speelde in eigen huis, Estadio Los Nuevos Carmenos, tegen een andere ploeg uit Andalusië. Europa League winnaar Sevilla FC kwam op bezoek. Een affiche waar ik me van tevoren best wel op verheugd had. Ik leefde namelijk in de veronderstelling dat het een beetje een derby was. Maar dat lag toch wel wat anders toen ik bij het stadion kwam.

De supporters van Sevilla hadden een pleintje ingenomen en stonden daar wat te drinken. Af en toe ging dit gepaard met wat gezang. Blijkbaar zagen de supporters van Granada dit niet vaak want zij keken nogal glazig toe hoe de gasten een klein feestje aan het bouwen waren. Nadat ik mijn kaartje had afgehaald bij de kassa besloot ik maar snel naar binnen te gaan. Buiten was er niet veel te doen en toen er wat druppels water uit de lucht vielen, besloot ik maar snel naar binnen te gaan.

Wat vond ik van het stadion? Een prima stadion naar mijn mening. Ja, er kunnen wat regendruppels op je neerkomen als je niet overdekt zit. Daar kwam ik tijdens deze wedstrijd achter. Wat dit stadion erg bijzonder en aangenaam maakt is het uitzicht dat je, bij droog en helder weer, hebt. Je kijkt dan namelijk uit op de bergen van de Sierra Nevada. Met een beetje geluk kan je ook wat plukjes sneeuw spotten.

De wedstrijd. Sevilla begon sterk. Onder aanvoering van José Antonio Reyes werd de druk op de thuisploeg opgevoerd. Maar een van de dingen die het voetbal zo mooi maken zijn de onverwachte gebeurtenissen. Want geheel tegen de verhouding in nam Granada de leiding. En twintig minuten later was het zelfs 2-0. Sevilla deed vlak voor rust nog iets terug via Vitolo maar in de tweede helft hield Granada stand. Een erg knappe overwinning van de ploeg die er niet goed op staat in de Spaanse competitie.

Na twee dagen voetbal was het voor mij even rust. Even bijtanken van twee leuke potjes.  




12 jan 2016

Zon, zee en voetbal in Malaga

In de vroege ochtend van zaterdag 2 januari van het nieuwe jaar besloot mijn wekker mij te wekken voor een achtdaagse trip door het Spaanse land. Van harte ging dat wakker worden niet. Zo’n 24 uur daarvoor stond ik nog het nieuwe jaar in te luiden. Maar het vooruitzicht om naar Spanje te gaan vergoedde veel en daardoor kwam er al snel een grijns op mijn gezicht. En de eerste halte die in mijn reis werd aangedaan was de stad Malaga.

De stad Malaga was voor mij geen onbekend terrein. In 2013 bezocht ik de stad, waar Picasso het levenslicht zag, voor het eerst. Een erg fijne plek als je een liefhebber van zon en zee bent. Wat ik zelf het prettigste vind aan deze stad is dat er ook op historisch vlak het een en ander te beleven is. Zo is het heerlijk om je kuiten eens uit te testen en een stevige klim te maken om vervolgens vanaf Castillo de Gibralfaro een fantastisch uitzicht over de stad en zee te hebben.

Maar de ware reden dat ik op de tweede dag van 2016 in Malaga was beland had te maken met het mooiste spelletje ter wereld. Ik wilde namelijk in de eerste week van januari een week op pad om een aantal voetbalwedstrijden te bezoeken. Toen ik naar de speelschema’s ging kijken viel mijn oog direct op Spanje. Daar was het mogelijk om een mooie week samen te stellen waarbij ik in totaal vijf wedstrijden in acht dagen tijd zou bijwonen.

De eerste wedstrijd bracht mij in het Estadio La Rosaleda. De thuisbasis van Malaga CF. Persoonlijk vind ik het een merkwaardige club. Nog niet zo lang geleden probeerde de club met behulp van Qatarees geld de top in Spanje te bestormen. Namen als Van Nistelrooij, Santi Cazorla en Isco werden met veel tromgeroffel binnen gehaald. En het leek te lukken. In 2012 werd de ploeg vierde en mocht zo voor het eerst deelnemen aan de Champions League. Het wist tijdens die deelname tot aan de kwartfinales door te stoten. Daar was Borussia Dortmund uiteindelijk te sterk.

Maar zoals zo vaak komen na hoge pieken ook weer diepe dalen. De club kreeg namelijk te maken met forse schulden die de eigenaar uit Qatar had veroorzaakt. Hij besloot in 2014 het stokje over te dragen en de dagen van het grote sportieve succes in Malaga waren voorbij. De ploeg wist zich de afgelopen seizoenen in de middenmoot te nestelen. Een plek waar ze volgens mij best tevreden mee mogen zijn.

De tegenstander was Celta de Vigo. Een ploeg die voor mij niet heel erg bekend is. Ik herinner me nog dat ik als klein jochie voor Ajax stond te juichen toen zij speelde tegen deze Spaanse equipe. En Daniel de Ridder speelde ooit nog voor deze club. Maar verder dan dit reikt mijn kennis over de ploeg uit Vigo niet.

Estadio La Rosaleda vind ik een leuk stadion. De lange zijdes hebben een overkapping en de tribunes achter beide doelen moeten vooral hopen dat het niet gaat regenen. Op een van deze onoverdekte tribunes nam ik plaats en gelukkig waren de weergoden mij gunstig gezind. Opzicht niet zo gek want overdag was het met zo’n 22 graden en volop zon al niet slecht toeven in Malaga. Wat mij verder opviel aan dit stadion waren de witte trapleuningen. Deze paste perfect bij de 33.000 blauwe stoeltjes.

De wedstrijd dan. Deze verliep tot iedereens verrassing vrij simpel voor de thuisploeg. Na een half uur stond het al 2-0. Celta de Vigo bleek niet in staat om gevaarlijk voor het doel te komen. De tweede helft kwamen de gasten nog met tien man te staan nadat de doelman de sterk spelende Nordin Amrabat ten val bracht in de eigen zestienmeter. Wat volgde was een rode kaart en een penalty die Amrabat zelf wilde nemen. Maar deze werd eenvoudig gestopt door de ingevallen doelman.

Het bleef 2-0. 17.635 toeschouwers zagen Malaga verdiend winnen. Wat mij nog lang bij zal blijven van deze wedstrijd is dat ik hier de meest lelijke mascotte ooit heb gezien. Hij laat zich nog het beste omschrijven als het achterlijke neefje van Spongebob Squarepants. Oordeel zelf maar.

Na de wedstrijd ging ik snel huiswaarts richting het hotel. Want de volgende dag moest ik alweer vroeg op om de bus naar Granada te nemen. Daar stond mijn tweede wedstrijd op het programma.







30 dec 2015

Het was een tof jaar!

Het jaar is voorbij gevlogen. En toen ik de lijstjes voorbij zag komen kon ik niet anders dan ook aan de slag gaan en een selectie maken. Het was een klus maar het is gelukt. Een jaar met veel hoogtepunten en af en toe een tegenslag. Enjoy!

Wisła Kraków - Pogoń Szczecin, 20 februari
Het jaar wat betreft het groundhoppen begon dit jaar voor mij pas in februari. Krakau was de bestemming. Een trip die vooral in het teken stond van een bezoek aan Auschwitz. Maar nadat ik eens goed de speelkalender van de Ekstraklasa had gekeken zag ik dat Wisla op de vrijdagavond een optie was. Het werd een deceptie. Twee uur op voorhand arriveerden we bij het stadion. Een uur werd er gewacht om een clubcard te bemachtigen. Dat lukte! Echter bleek de wachtrij erg lang te zijn. Een half uur na de aftrap stonden we nog steeds in de wachtrij. We hoorden de opstellingen door de speakers galmen, het aanwezige publiek zette voor het eerst vocaal in maar met eigen zou ik het nooit zien. 


Go Ahead Eagles – Helmond Sport, 4 december
De plannen waren er al langer om eens af te zakken naar Deventer. Maar in het vorige seizoen kwam het er maar steeds niet van. Dus was het wachten op het nieuwe seizoen. De Adelaarshorst werd aangedaan tijdens een wedstrijd van de Eagles tegen Helmond Sport. Door verschillende oponthouden met de trein kwamen we een paar minuten te laat binnen. Maar ik heb genoten. Knus stadion en vriendelijke mensen. 


Standard Luik – Club Brugge, 2 mei
Sclessin stond al lang op het verlanglijstje. Opzicht goed te bereizen vanuit Eindhoven en dus was het me een raadsel waarom ik nog niet eerder die kant op was gegaan. Afijn, trein in en gaan. Aangekomen in Luik was het heerlijk weer. Met een zonnetje in de lucht liep ik richting het stadion. Gedurende mijn route kreeg ik meer en meer zin in deze wedstrijd. En ik werd beloond, oké het niveau van de wedstrijd was niet fantastisch, want de sfeer op de tribune was top. Net als het stadion zelf!


Vanløse IF – NB Bornholm, 13 juni
Kopenhagen is een fantastische stad. Genoeg voetbalclubs om je een weekend goed te vermaken. Maar als je tijdens een interland periode in de Deense hoofdstad bent zijn de clubs in de hoogste divisies geen opties. Gelukkig wel in de lagere regionen. En dat bracht mij bij Vanløse IF, een club actief op het vierde niveau. Met zo’n 200 mensen was ik toeschouwer van een verschrikkelijke wedstrijd. Maar een penalty die zo slecht werd genomen waarbij de bal terecht kwam in een van de voortuinen van de aangrenzende woonhuizen, maakte veel goed op  het Vanløse Idrætspark.


Denemarken – Servië, 13 juni
Parken Stadion was het decor van een EK–kwalificatie wedstrijd tussen Denemarken en Servië. Geen bijzonder stadion en ook de wedstrijd had niet veel om het lijf. Waarom ik deze wedstrijd dan wel benoem? Ik heb een zwak voor de Denen en dat is na twee dagen Kopenhagen alleen maar sterker geworden. Ik gun ze dan ook wel het nodige succes komende zomer.


HSV – VFB Stuttgart, 22 augustus
Zaterdag 22 augustus vertrok mijn vliegtuig om 13.55u in Amsterdam. Een klein uurtje later zette ik voet op Duitse bodem. Snel naar het hostel en door naar het stadion. Om 17.30u kwam het Volksparkstadion in beeld. Alles klopte aan de wedstrijd die ik vervolgens te zien kreeg. HSV kwam achter, maakte de gelijkmaker zes minuten voor tijd en de winnende viel in de 89e minuut. Een dag later keerde ik weer huiswaarts met een mooie herinnering in het hoofd.


1.FC Köln – VFL Wolfsburg, 23 mei
Zeker geen bijzondere wedstrijd omdat er voor beide ploegen niet veel meer op het spel stond. Maar het stadion mocht er wat mij betreft zijn. En het hoogtepunt kwam na de wedstrijd toen de Keulse band Brings na het laatste fluitsignaal een optreden gaf. Polka Polka Polka! 


Rayo Vallecano – UD Las Palmas, 15 augustus
Een weekend naar Madrid is nooit verkeerd. En zeker niet als je dat kan combineren met wat voetbal. Dat zou geen probleem moeten zijn in de stad die nogal wat ploegen kent die op het hoogste niveau actief zijn. Het probleem zat hem er alleen wel in dat de competitie pas een week later zou beginnen. Maar het geluk was aan onze kant en zo konden we naar de vriendschappelijke wedstrijd in het Estadio de Vallecas. Leuke club, geinig stadion en zeker nog een bezoek waard met en competitiewedstrijd.


Legia Warschau – Napoli, 1 oktober
Het was fantastisch in Warschau! Vanaf de perstribune zag ik hoe de Legia-aanhang letterlijk de hele tribune in een vuurzee liet veranderen. Ik ben zeker niet voor pyro-acties in een stadion maar hier was ik toch van onder de indruk. Dat was ik ook van het gezang van de Poolse supporters.


WK Rugby Ierland – Roemenië, 27 september
Mijn laatste hoogtepunt is geen voetbalwedstrijd. Het WK Rugby was in Engeland en die kans liet ik niet onbenut om erbij te zijn. Op een volgepakt Wembley met maar liefst 89.267 bezoekers, vooral Ieren, was ik onderdeel van een record; het hoogst aantal bezoekers bij een WK Rugby wedstrijd ooit! En het was mijn eerste bezoek aan Londen. Een trip die ik mij nog lang zal heugen.

17 nov 2015

De jongens die gewoon voetbalden

Ik neem u mee terug naar zaterdag 6 december 2014. Mijn wekker besloot, nadat ik hem zo had ingesteld, om 4.30 uur in de vroege ochtend mij te wekken. Met nog wat slaperige ogen maar met enorm veel goede zin trok ik mijn kleren aan. Want er wachtte een bijzondere dag. Na een klein ontbijtje besloot ik mijn fiets te pakken en me te begeven door de enigszins verlaten straten van Gent, de plaats waar ik op dat moment woonde.

Na een klein tochtje kwam ik aan bij het station Gent-Sint-Pieters. Het was nog steeds rustig op straat en ook in het station was er nog niet veel te zien en te beleven. Maar dat maakte mij niets uit. Ik begaf me naar een van de perrons en wachtte daar geduldig op de trein die nog moest komen. Met een beker koffie in mijn hand zag ik in de verte iets aankomen. Het waren de lichten van mijn trein. Met een piepend geluid kwam de trein, komende uit Brugge, tot stilstand.

Al snel verzamelden de nodige Japanners en Chinezen zich voor de deuren en ontstond er een kleine opstopping die al snel ongedaan werd gemaakt door een conducteur met een klein lachje op zijn gezicht. Nadat de enthousiaste Aziaten hun plaats hadden ingenomen kon dan ook ik de trein betreden. We vertrokken. De Thalys zou mij brengen naar de Franse hoofdstad Paris!

Om iets over half tien kwamen we het station Gare du Nord binnenrijden. ‘Bienvenue à Paris’, sprak de omroeper van de trein. Ik voelde een bijzonder aangename spanning zich meester van mij maken. Het is dezelfde spanning die je hebt wanneer je op vakantie gaat of je jouw favoriete club tegen de grote rivaal mag toejuichen. Mijn voeten kwamen in beweging en brachten mij naar het gigantische metronetwerk van Parijs. De eerste halte was de Eiffeltoren.

Als je nog nooit in Parijs bent geweest is dat toch wel een van de dingen die je wilt of moet zien. Daar eenmaal aangekomen maakte ik een stevige wandeling en genoot van de waterige ochtendzon in de vrieskou. Na een tocht van een uur maakte ik een stop bij een café. Het croissantje en de kop koffie, verkrijgbaar voor de spotprijs van zo’n €8,50, vielen goed in de smaak maar ik besloot snel verder te gaan naar mijn reden voor een tocht naar Parijs.

Om iets over twaalf liep ik de trappen op die ervoor zorgden dat ik het metrostation Porte de Saint-Cloud verliet. En daar lag het stadion van de grootste club, PSG, uit de Franse hoofdstad. Het Parc des Princes lag er wat troosteloos bij omdat de zon verdwenen was. Ik besloot een rondje te lopen om het stadion. Na een kwartier was het rondje al voorbij. De wijzers van de klok stonden bijna op half een. Opzicht niet erg, maar de wedstrijd tegen Nantes begon pas om 17.00 uur.

Na een kort overlegmoment met mijn gedachten kwamen mijn benen in beweging en zette ik koers richting een supermarkt. Met een stokbrood, een pakje kaas en een flesje cola onder mijn arm liep ik de winkel uit. De eerste fase van mijn plan was volbracht. De volgende opdracht was het vinden van een prettige plek om mijn stokbroodje naar binnen te werken. Plots zag ik een voetbalveldje waar een paar bankjes stonden. Zonder aarzeling liep ik naar een van deze banken en nam plaats.

Goed, ik zal u het gedeelte besparen waarin ik iedere hap van mijn stokbrood beschrijf. Maar laat ik het zo zeggen, na drie happen had mijn gehemelte al genoeg van het Franse brood. Ik bleef nog even zitten bij het veldje. Het was een prachtige plek. Midden in een miljoenenstad lag dit veldje er prachtig bij. Omringd door groene bomen en statige huizen was de ligging al een ware attractie voor mij. En het prachtige grasveldje maakte alles af.

In de verte zag ik twee jongens mijn kant op komen. Een van hen had een bal bij zich. Ze liepen wat te dollen. Tenminste daar leek het op en met mijn beperkte kennis van de Franse taal kon ik er ook niet heel veel anders van maken. Eenmaal aangekomen bij het veldje werd de bal snel naar de grond gebracht en werd er vol passie gevoetbald.

Beide jongens, ik schatte ze op een leeftijd van tien jaar, deden enorm hun best. De ene jongen had veel weg van Eden Hazard. Hij was behendig, draaide zijn opponent bij tijd en wijlen helemaal dol en sprak Frans. De andere jongen had dan weer het voordeel een kop groter te zijn. Met zijn fysiek was hij balvast en deed hij mij sterk denken aan Ibrahimovic, met het verschil dat deze kleine man geen Zweeds spreekt.

Het was prachtig om te zien. De duels tussen deze kinderen, die speelden alsof hun leven ervan af hing, waren intens. In nog geen half uur tijd werd het prachtige veldje toneel van een heerlijk schouwspel. De plaggen gras vlogen met enige regelmaat door de lucht. Maar dat maakte niets uit. De kinderen hadden plezier en ook ik genoot met volle teugen van hun aanstekelijke enthousiasme.

Vrijdag 13 november 2015. Bijna een jaar na mijn bezoek aan Parijs. In de loop van de avond kwamen de berichten van aanslagen in de stad langzaam binnen. Mensen die genoten van het leven kwamen op een vreselijke manier aan hun einde. Al snel werd er gepraat over de daders en hoe de Westerse landen daar op moesten reageren. Maar ik kon en wilde er niet over nadenken.

Ik moest denken aan de twee jongens die ik een jaar eerder nog zag schitteren op een voetbalveldje in Parijs. Wat hebben zij zaterdag gedaan? Zouden zij weer naar hetzelfde veldje zijn gegaan? En zouden Hazard en Ibramhimovic weer het veld hebben omgeploegd? Maar ik kon op deze vragen geen antwoord krijgen.

Wel is er de hoop. De hoop dat deze jongens afgelopen zaterdag weer lachend naar het veldje liepen. De hoop dat zij met smerige broeken zijn thuisgekomen omdat zij een sliding maakten in het natte gras. De hoop dat hun moeders kwaad werden omdat zij vijf minuten te laat terugkeerden.

Hopelijk hebben deze jongens gewoon gevoetbald.

6 apr 2015

Popiejopie-gedrag op de tribunes

Er zijn van die dagen in het jaar waar je totaal geen raad mee weet. Enkele voorbeelden zijn Tweede kerstdag en in dit specifieke geval Paasmaandag. Gelukkig ben ik op deze dag niet de enige die niet weet wat hij moet doen op deze dag. Deze mensen kiezen ervoor om, vrijwillig, naar een woonboulevard te gaan. Zij kiezen ervoor om niet op een snelweg in de file te staan maar om bij de IKEA in de rij aan te sluiten.

Persoonlijk heb ik deze maandag omgedoopt tot een niets doen dag. Vind ik heerlijk. Gewoon wat dwalen in mijn eigen gedachten. En op internet een hoop artikelen lezen. Van Sjaak Rijke, de Nederlander die vanochtend door Franse soldaten werd bevrijd in het altijd gezellige Mali, tot een recensie van de film Foute Vrienden. Deze moet echt van een bedroevend niveau zijn. Maar goed daar ga ik niet over.

Op deze maandag heb ik, zoals gewoonlijk, Twitter de gehele tijd open staan. Ik volg veel mensen die allemaal wel wat zinnigs te melden hebben en continu artikelen tippen. Zo lees ik veel berichten die je anders niet vaak voorbij ziet komen. Plots was daar een Tweet van Josien Wolthuizen. Een redacteur bij de online versie van Het Parool. Er was een artikel dat mijn aandacht trok.

Gisteren werd in Utrecht een wedstrijd gespeeld tussen de lokale FC en Ajax. Al weken werd er vanuit de stad van de Domtoren geschreeuwd dat dit de wedstrijd van het seizoen zou worden. En daar hadden ze een punt als je de voorgaande edities tussen beide teams qua scoreverloop bekeek. Het zou wat worden.

De wedstrijd viel echter gruwelijk tegen. Het was nog erger dan een warm glas bier waarbij het schuim al na twee seconden is vertrokken. Het was niets. Ajax speelde voor de verandering weer erg attractief. Tikkie breed. En Utrecht wist zelfs die ene seconde met twaalf spelers nog geen indruk te maken. Iedereen die deze wedstrijd heeft gezien, ook ik, heeft negentig minuten van zijn weekend letterlijk weggegooid.

Vanaf mijn bank, de plek waar ik meestal de Eredivisie nauwgezet volg, zag ik deze bak ellende aan. Ook op de tribunes leek het een makke sfeer. Het werd niet giftig. Toch bleek dat op deze tweede paasdag wel iets anders te liggen. De Bunnikside, de fanatiekere aanhang van de FC, had een nieuwe tekst bedacht voor de gasten. Deze klonk als volgt:

Mijn vader zat bij de commando’s,
Mijn moeder zat bij de SS,
Samen verbranden zij Joden,
Want Joden die branden het best

Toen ik deze tekst las maar vooral hoorde werd ik best kwaad. Een vijandige voetbalsfeer mag er best zijn. Er mag af en toe best wel wat gescholden worden maar zolang dat niet structureel is vind ik alles best. Maar er zijn een aantal dingen die je niet moet doen. Een van die dingen is een van de meest verschrikkelijke periodes van de moderne geschiedenis erbij halen en daar dan onsmakelijke liedjes over zingen. Ook al zijn deze gericht aan het andere team.

Denk toch eens na. Wanneer besluit je dat het een uitstekend idee is om de Holocaust (kunnen heftige dingen te zien zijn) te gebruiken voor een liedje jegens een andere club? Ik wil hier zeker niet de moraalridder uithangen. Maar ik ben wel helemaal klaar met supporters die het nodig vinden om mensen te kwetsen. Of het nu Chelsea supporters zijn in de metro van Parijs of deze, in de ogen van sommigen, helden. Kap eens met die onzin.

Laatst zag ik gelukkig een filmpje voorbij komen waarbij ik enorm hard om moest lachen. Het filmpje dateerde uit een periode dat Volendam nog op het hoogste niveau actief was. NAC kwam op bezoek. Zij scoorden en wat er toen gebeurde vond ik enorm tof. In plaats van met ziektes schelden werd dit doelpunt gevierd met een polonaise. Deze werd begeleidt door de uitstekende tekst: “Hij zit erin!”

Zo kan het dus ook...



29 jan 2015

We willen allemaal Charlie zijn, alleen wanneer het ons uitkomt

Afgelopen zondag stond er een mooie wedstrijd op de planning. Standard Luik speelde een wedstrijdje tegen de recordkampioen van België, Anderlecht. Een wedstrijd die al regelmatig het nieuws haalde in eerdere edities. Zo ging Axel Witsel eens op het been van Marcin Wasilewski staan. Laatstgenoemde moest dat bekopen met een gebroken been en daarop volgde een langdurig revalidatietraject.

De supporters van beide ploegen zijn ook geen hele goede vrienden van elkaar. Afgelopen zomer werd deze haat groter door de terugkeer van Steven Defour. Hij besloot na een periode in Porto terug te keren naar zijn land van herkomst. Alleen werd het niet Standard maar de grote concurrent Anderlecht. En dat vonden de supporters niet echt heel tof. Dat is nog zacht uitgedrukt.

In september 2014 speelde de nationale ploeg van België een oefenwedstrijd tegen Australië. Een wedstrijd die werd gespeeld in… Sclessin! Het stadion van Standard Luik. Defour speelde mee bij de Belgen en daarmee werd het interessant wat het aanwezige publiek zou doen. Na een aantal fluitconcerten werd de toon toch wat aangenamer voor Defour. Hij verliet het veld onder een klein applaus van de meeste supporters.

Het was even wachten tot dat het januari 2015 werd. De maand waarin Defour voor het eerst Sclessin bezocht met zijn nieuwe werkgever. Een ding stond vooraf al vast. Hij kon zich voor bereiden op een ontvangst dat hem dichter bij de hel dan de hemel bracht. Iedereen had zijn ogen gericht op de aanhang van Standard. Want vanuit die hoek zou er vast en zeker, of zeker en vast, wel een actie komen.

De spelers stonden op het punt het veld te betreden. Defour gaf nog wat oud ploeggenoten een hand of een knuffel. Het vijandige geluid nam toe naarmate de ploeg van Anderlecht het veld betrad. Toen het Luikse publiek Defour in het oog kreeg nam brak de hel los. Het gefluit en gejoel bereikte zijn hoogtepunt. Maar daar bleef het niet bij.

Een reusachtig doek verscheen. Een rood doek. Met daarop een pakkende tekst. Red or Dead. Dat was volgens de Luikse aanhang de keuze voor Defour. De tekst was echter niet hetgeen dat menig bezoeker en televisiekijker deed huiveren. Het was de afbeelding waarin een man met een duidelijk zichtbaar zwaard het onthoofde hoofd van Defour in zijn bezit had. Vervolgens begon wellicht het meest merkwaardige duel in de Belgische competitie van het seizoen 2014/2015.

Na afloop sprak niemand over het afscheid van Ciman of over andere noemenswaardige momenten. Het gesprek ging over het spandoek. Veel mensen vonden het walgelijk en niet kunnen. Dit had verboden moeten worden. Zoiets moest niet kunnen. Vooral de afbeelding was bij veel mensen in het verkeerde keelgat geschoten. Het deed hen denken aan mensen in een oranje pak die te maken kregen met ‘Jihadi John’, de man die iedere keer in filmpjes van IS opduikt.

Persoonlijk begreep ik de hele ophef niet. Dit is juist wat voetbal zo mooi maakt. Emotie. Mensen voelen pijn omdat zij zich verraden voelen door Defour. Zij nemen dan op deze manier wraak. Met een spandoek. Het is in ieder geval veel beter dan dat zij Defour persoonlijk hadden opgezocht en hem met geweld hun standpunt duidelijk probeerden te maken.

Maar wat mij vooral stoort zijn de berichten in de media. Het was volgens hen walgelijk en had nooit mogen gebeuren. Ik neem u even mee terug in de tijd. Het is zondag 11 januari. De hele wereld kwam samen in Parijs om mee te lopen in een mars tegen de moordpartij op de redactie van Charlie Hebdo. ‘Je suis Charlie’ werd door veel mensen verkondigd als een statement voor het vrije woord. Een gedachte die ik volledig onderschrijf. En steun.

Alleen nu zijn het deze mensen die een spandoek walgelijk vinden. Zij vinden dat dit doek nooit getoond had mogen worden. Want dat kan niet. Dat is beledigend. Zoiets had nooit mogen gebeuren. Dat was de mening van deze mensen.

Persoonlijk vind ik het ook niet echt een super tactisch doek. Iets meer humor en relativering was beter geweest. En dat onthoofde hoofd is niet echt heel tactvol op dit moment. Maar is dat dan een vrijbrief om maar te roepen dat dit verboden had moeten worden? Moet een journalist zich daarover uitlaten?

Nee! Dat is mijn antwoord op beide vragen. Journalisten zijn niet in de positie om te bepalen wat wel of niet deugdelijk is. Zij moeten zaken duiden zonder een persoonlijke mening daarin naar voren te brengen. En hoe walgelijk een spandoek in jouw persoonlijke opinie kan zijn, het is een vorm van meningsuiting. Een mening waar je het niet mee eens hoeft te zijn.

Dat laatste is namelijk de afgelopen weken meerdere keren in de publiciteit geweest. Iedereen moet kunnen schrijven en roepen wat hij of zij wil. En dat is nou net het probleem van afgelopen zondag. Mensen zijn erg snel vergeten dat het een mening is. De Luikse aanhang heeft recht op een mening. Een mening die wellicht tegen het zere been schopt. Maar dat is juist zo belangrijk aan de vrijheid van meningsuiting.


Ik kan maar tot een conclusie komen. En daar hoeft u het niet mee eens te zijn. Gelukkig niet. Mijn conclusie is dat we allemaal Charlie willen/wilden zijn. Maar wel wanneer het ons uitkomt. 

4 mrt 2014

Le Vélodrome d'Hiver c'est un cauchemar!

Oorlogen hebben altijd iets fascinerends vind ik. Zijn het niet de meest gruwelijke misdaden van een leger dan zijn het wel de ontroerende verhalen die bestaan. Iedereen kent bijvoorbeeld wel het verhaal van Oskar Schindler dat prachtig verfilmd is door Steven Spielburg. Maar wat wellicht een van de meest onbekende verhalen is, is het verhaal Vélodrome d'Hiver.

Het Vélodrome d'Hiver zal veel mensen tegenwoordig niet veel meer zeggen. Tot en met de jaren ’30 van de vorige eeuw was dit een wielerstadion in Parijs. Er werden regelmatig wedstrijden georganiseerd. Het hoogtepunt was de Olympische Spelen van 1924 dat in Parijs gehouden werd. Hier werden onder andere de bokswedstrijden en worstelpartijen gehouden.

Maar zoals iedereen weet veranderde de wereld compleet in 1939. Duitsland viel op 1 september 1939 Polen binnen en een paar dagen later verklaarde het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk de Duitsers de oorlog. Frankrijk zag echter Duitsland in 1940 het Franse land binnenvallen. De Fransen hadden geen antwoord en zagen geen andere uitweg dan het land over te geven aan de Duitse bezetter.

Parijs was destijds al een grote stad. Een stad waar ook veel Joodse mensen woonden. In juli 1942 gaf Duitsland de opdracht dat alle Joden moesten worden opgepakt. Door middel van diverse razzia’s werden hele families opgepakt. Maar deze mensen wisten niet wat er met hen ging gebeuren. Er waren wel geruchten, maar die waren er in die tijd zoveel al geweest dat men die niet zo snel meer geloofde.

Het Vélodrome d'Hiver bleek een tijdelijk verblijf te worden voor ruim 8.000 Joodse mensen die waren opgepakt tijdens de razzia’s. Het velodroom, waar ooit nog mensen genoten van de vele sportwedstrijden, was nu slechts een plek geworden waar mensen angstige momenten beleefden. De angst kwam voort de onzekerheid. Want men had geen idee wat nog zou komen.

Maar tijdens de dagen waarop de Joodse mensen moesten verblijven in het Vélodrome d'Hiver waren de omstandigheden vreselijk. Er was nauwelijks schoon drink water. Er was te weinig voedsel en ook was er een gebrek aan sanitaire voorzieningen. Er waren ook maar een beperkt aantal artsen aanwezig. Zij probeerden de mensen te helpen die problemen hadden met hun gezondheid. Maar wanneer er volgens een van de bewakers niets aan de hand was en je naar zijn zin door zeurde, kon het zomaar gebeuren dat je dit met een kogel door het hoofd moest bekopen.

Een aantal mensen zagen het dan ook niet meer zitten en sprongen van de hoge tribunes naar beneden; zelfmoord. Het moet vreselijk zijn geweest om in die omstandigheden gevangen te zijn. Een mens heeft op dat moment zelf niets meer in handen. Je word overgeleverd  aan de angst die zich snel meester van je maakt. Je hebt je eigen lot niet meer in handen.

De Joden die in het Vélodrome d'Hiver werden vastgehouden werden uiteindelijk vervoerd naar diverse concentratiekampen in Europa waar de meest verschrikkelijke misdadigheden plaatsvonden. Veel mensen lieten daar het leven. Een enkeling overleefde het maar had er een gruwelijke herinnering bij.

Het Vélodrome d'Hiver werd na de Tweede Wereldoorlog weer gebruikt voor sporten. Zo werd in 1951 het Europees Kampioenschap basketbal gehouden in het stadion. Het stadion waar een aantal jaren ervoor dingen gebeurde waar je liever niet over nadenkt maar waarvoor je niet weg kan lopen.


Maar in 1959 moest het stadion gesloopt worden nadat een brand enorme schade had aangericht. Het stadion werd niet meer opgebouwd maar wel werd er een herdenkingsmonument opgericht voor de slachtoffers van deze gebeurtenis. Een nachtmerrie waarvan je hoopt dat het nooit meer zal gebeuren. Nooit meer…

5 jan 2014

De hel van Deurne, een stadion zoals het moet

Voetbalstadions kunnen zo prachtig zijn. En dan heb ik het niet over de betonnen bakken waar tegenwoordig heel veel clubs in spelen, maar dan heb ik het over stadions die al heel erg lang mee gaan in de wereld. Een stadion waar een verhaal in zit. Waar iedere week vele mensen hebben staan juichen maar wellicht ook veel verdriet hebben gekend. De komende periode zal ik diverse stadions eruit lichten die een bijzonder verhaal met zich mee brengen.

Ik trap af in het land van onze Zuiderburen, namelijk België. Niet ver over de grens met Nederland ligt Antwerpen. Een grote havenstad waar vooral de ring geregeld vast loopt vanwege het grote aantal auto’s dat iedere dag langs deze stad moet passeren. Maar Antwerpen is ook de stad van de oudste voetbalclub van het land.

De lokale Royal Antwerp Football Club, afgekort ook wel Antwerp genoemd, is in 1880 opgericht en is daarmee de oudste nog bestaande club in het land van de Belgen. In de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw besloot de Antwerpse voetbalclub om te verhuizen naar het huidige Bosuilstadion. Echter ging dat niet zo eenvoudig. Er waren namelijk twee groeperingen binnen de club aanwezig. Er was een groep die een 8 hectare groot gebied wilde kopen in de Antwerpse deelgemeente Deurne. Dit zou naar hen mening groot genoeg moeten zijn voor het destijds nog te bouwen stadion.

Een andere groep ging daar echter niet zomaar mee akkoord. Zij wilden namelijk het gehele gebied rondom het stadion kopen om naast het stadion ook andere winstgevende activiteiten op te starten. Echter stuitte dit op bezwaar van de Belgische voetbalbond, die toen nog vond dat er geen commerciële activiteiten plaats mochten vinden.  Maar op 1 november 1923 werd dan toch de eerste wedstrijd gespeeld in het stadion van het huidige Royal Antwerp FC. Een interland tussen België en Engeland trok destijds 40.000 bezoekers.

Het stadion heeft daarna vooral rondom interlands van België en Nederland, die toen nog regelmatig gespeeld werden vanwege de korte afstand tussen beide landen, een bijzondere reputatie opgebouwd. In het Bosuilstadion werden de confrontaties tussen beide landen gespeeld wanneer de Belgen thuis speelden. Er gebeurde dan vaak iets magisch. De supporters van België waren in staat een sfeer neer te zetten die uniek was voor die tijd. Er werden dan ook bijzondere en memorabele wedstrijden gespeeld in Antwerpen in de vorige eeuw. Het kreeg toen dan ook de bijnaam ‘De Hel van Deurne’.

Maar wat maakt dit stadion nu zo bijzonder. Persoonlijk ben ik er nog niet langs geweest en dat is wel iets wat ik nog moet doen voor het te laat is, maar daar over later meer. Het is een stadion zoals je je ze bijna nergens anders vindt. Met houten bankjes en een typische Engelse uitstraling, is dit stadion een monument in het betaald voetbal. Wanneer je dan naar de hoofdtribune kijkt zie je dat er een verwoede poging is geweest om de commercie zijn intrede te laten doen, maar we kunnen wel stellen dat dit niet echt goed gelukt is.

Het is een prachtig en uniek stadion dat je haast niet veel meer ziet. Maar niet alleen vanwege de bouw is het een monument. Persoonlijk vind ik de verhalen die erbij zitten nog belangrijker. Hier zijn mensen geweest die hun dood hebben gevonden, maar ook mensen die er prachtige momenten mee hebben gemaakt. Mensen die de ene week met veel plezier naar een wedstrijd gingen en vervolgens met een enorme kater naar huis gingen. Het is meer dan een stadion waarin gevoetbald wordt.

Maar het gaat niet goed met het Bosuilstadion. Het stadion dat geschiedenis ademt is al diverse keren aangepast aan de huidige eisen. Het stadion heeft afgelopen jaar tijdelijk moeten sluiten na aanleiding van een tribune die niet aan de eisen voldeed. Daarnaast kwam er ook bovenop dat de elektriciteit voorzieningen niet geschikt meer zijn voor de huidige tijd.

Maar er wordt nu weer in gevoetbald door Royal Antwerp Football Club. Zij staan momenteel onder leiding van Jimmy Floyd Hasselbaink. De voormalige spits van het Nederlands Elftal, is bij Antwerp FC begonnen aan zijn eerste klus in het betaald voetbal als hoofdtrainer. Hij heeft de taak gekregen om Antwerpen weer naar het hoogste niveau te brengen. Al enkele jaren speelt de ploeg niet meer op het hoogste niveau in België, ondanks de grote en rijke geschiedenis die de club bezit.

Ik wil iedereen aanraden om naar dit stadion af te zakken. Het voetbal wat je te zien krijgt tijdens een wedstrijd zal niet geweldig zijn, maar wanneer je denkt aan de geschiedenis en geniet van het oude stadion, kan je er een hele leuke tijd hebben denk ik. Ik ga er binnenkort in ieder geval een bezoekje aan brengen. Want over een paar jaar kan het zomaar zijn dat het stadion zelf tot de geschiedenis hoort!


Praktische informatie om het stadion te bezoeken: Het stadion ligt niet in Antwerpen zelf, zoals hierboven al te lezen valt. Vanaf station Antwerpen Centraal, dat vanaf Nederland goed te bereiken is, dient men nog een tram te nemen die nagenoeg voor het stadion stopt in het Belgische Deurne. Denk eraan wanneer je met de trein gaat en je een wedstrijd wil bezoeken dat je rekening houdt met het tijdstip van de wedstrijden. Deze worden vooral op een zaterdagavond gespeeld en dat kan dan voor problemen zorgen. Zie dan ook de site van Royal Antwerp FC, www.rafc.be, voor een actueel speelschema.  



14 dec 2013

Ooit wordt het beter... toch?

Afgelopen week zijn we als voetballand Nederland, weer even met beide benen terug op de grond gezet. Waar Ajax het niet voor elkaar wist te krijgen om AC Milan op de knieën te krijgen, kon PSV het zeer gerenommeerde Chornomorets Odessa niet met een nederlaag terug sturen naar Oekraïne. Maar ik wil het in deze blog niet hebben over het feit dat we steeds verder achterop geraken als het over Europees voetbal gaat. Ik wil het hebben over PSV.

Het is niet best wat daar allemaal gebeurd in Eindhoven. Na het laatste hoogtepunt voor hen in dit jubileum jaar, de klinkende overwinning in eigen huis tegen Ajax, is het niet veel beter geworden. Er wordt al een lange tijd niet meer gewonnen van ploegen in Nederland. En dus begint de paniek een beetje toe te slaan. Want een topclub is het niet gewend om in dit soort situaties terecht te komen.

Maar wanneer een club in paniek raakt, gaat men ook vaak gekke dingen doen. PSV sprak tijdens de aanstelling van Cocu als trainer van de club uit dat men koos voor de jeugd. Na het voorbije seizoen, waarin de club van incident naar incident sprong, koos men voor deze optie. De jeugd zou de kans krijgen om zich te laten zien. En dat leek ook erg goed uit te pakken. Na een formidabel begin in onder meer de voorronde Champions League, leek de club er weer bovenop te zijn.  

Nu de winterstop nadert kan je voorzichtig stellen dat er van dat goede begin helemaal niets meer over is. De jonge spelers zijn uit vorm en ook ontbreekt het aan vertrouwen. Ondertussen begint de algemeen directeur een aantal vreemde uitspraken te doen zoals dat het niet nodig is om Europees voetbal te behalen. Een erg onhandige uitspraak en zeker in de situatie waarin de club zich momenteel begeeft.

En nu begint de roep om nieuwe spelers steeds luider te worden vanuit het Eindhovense leven. Men vindt dat met deze groep er niet meer in zal zitten en dat er daarom enkele aankopen gedaan moeten worden. Er moet ervaring gekocht worden want dat is volgens vele fans hetgeen wat nodig is voor dit PSV. Maar ik betwijfel of dat de juiste manier is om er weer bovenop te komen.

PSV heeft namelijk afgelopen zomer de keuze gemaakt om te gaan voor de jeugd en daarmee ook voor de lange termijn. Wanneer je nu een aantal ervaren spelers erbij wilt halen, ik vraag me overigens af of die momenteel wel voor dit PSV willen spelen, ga je het principe van de jeugd heeft de toekomst overboord gooien. Je gaat dan voor de korte termijn en dat kun je in mijn ogen beter niet doen momenteel.

Het seizoen van PSV is namelijk al voor een groot deel over. Geen beker, geen Europa en een flinke achterstand op de top in Nederland. Het is misschien te vroeg om nu al te spreken van een verloren seizoen, maar deze dingen zorgen ervoor dat je dat wel gaat denken. Maar wat zou dan wel verstandig zijn om te doen voor dit PSV?

Ga door die zure appel heen. Feyenoord heeft dit ook gemoeten. Zij hadden destijds ook grote financiële problemen, maar zij zijn altijd door gegaan. Er is daar nooit iemand geweest die het vertrouwen echt in de club verloren heeft. En eens wordt het beter. Maar om dit seizoen nog diverse spelers aan te kopen, terwijl het seizoen haast niet meer te redden valt, lijkt mij dan ook geen verstandige zet. Het zijn snelle lijmpogingen om de club voor dit seizoen te redden.

De club doet er nu verstandig aan om de organisatie zo neer te zetten zoals zij het voor ogen heeft. Men kan nu de jeugdopleiding gaan veranderen in de richting die men wil. En wat misschien wel het belangrijkste van alles is, is de band met de fans intensiever maken. Want iedereen kan zich je het afgelopen seizoen wel herinneren. Dat liep toen niet helemaal lekker.

Al heb ik mijn bedenkingen rondom het bericht dat de spelers het kaartje voor de uitsupporters van PSV voor de wedstrijd tegen Utrecht betalen, ik denk dat dit iets teveel vanuit de club is gekomen en niet zozeer vanuit de spelers, zie je in ieder geval wel dat de band tussen beide wel met de week beter wordt. Ook al is het resultaat ronduit dramatisch.


Maar om terug te komen op het beleid wat PSV nu vaart, ze moeten proberen de rust te bewaren. Je moet een sfeer creëren dat het in eerste instantie om het plezier gaat en dat voetballen leuk is. En doe geen gekke dingen meer. Ga niet meer je ploeg halsoverkop om gooien. Laat de algemeen directeur geen onnodige uitspraken doen. En misschien nog wel het belangrijkste, houdt je vast en het gekozen beleid. En bedenk ook, ooit komt het goed.  

7 dec 2013

‘Wij hebben geen eigen belang. Alleen het belang van de club telt’

De laatste jaren zijn er steeds meer voetbalclubs in handen gevallen van rijke miljonairs. Van hele grote ploegen als Chelsea tot op een wat lager niveau zoals Vitesse. Ze hebben allemaal eigenaren gekregen die enorm veel geld in de club steken. Maar lang niet iedereen vindt dit een goede ontwikkeling. Zo ook John van Zweden, een van de aandeelhouders van Swansea City maar bovenal ook een voetballiefhebber. Ik sprak met hem over dit onderwerp.  ‘’Het is een beetje een zieke wereld.’’

John van Zweden begrijpt niet goed waarom mensen geïnteresseerd zijn in de grote ploegen als Barcelona en Real Madrid. ‘’ Kijk naar wat Real heeft gedaan met het aantrekken van Bale voor 100 miljoen als linksbuiten terwijl ze de beste linksbuiten van de wereld hebben. Daarnaast hebben ze een schuld van rond de 600 miljoen. Hoe is dat mogelijk! Ik snap dan ook niet dat mensen graag naar clubs als Real en Barcelona kijken. Allebei mega schulden en de toeschouwers moeten elk jaar meer betalen. Belachelijk.’’

Van Zweden vindt het knapper zoals Bayern München zijn zaken heeft geregeld. ‘’Ik heb meer respect voor Bayern. Geen schuld en alles betalen met eigen geld’’, vervolgt van Zweden. Over Swansea is hij heel duidelijk. ‘’Ik ben er trots op dat wij een gezonde club zijn die niet van die rare dingen doen. Wij geven niet meer uit dan we hebben. Daarnaast zijn onze toegangskaartjes de laagste van de hele Premier League. Bij Swansea geven we niet meer uit dan er binnenkomt. Simpeler kan niet!
Zo doe je in het dagelijks leven het ook, en zo hoort het ook. En dan kunnen we met een kleine  begroting toch ook nog winst maken.’’
John van Zweden met een van de successen van Swansea
© John van Zweden

Bij de buren van Swansea, Cardiff City, is het tegenovergestelde het geval. Een aantal jaren geleden kwam daar een eigenaar die besloot enkele dingen binnen de clubcultuur te veranderen. De clubkleuren werden aangepast en niet gek veel later was het logo aan de beurt. De club kwam steeds verder weg van de eigen aanhang te staan en kreeg er ook nog een lening bij met een enorme rente. Van Zweden: ‘’Supporters werden gek. Maar ze kunnen er ook niets tegen doen. Wij zijn de enigste club die in handen is van supporters en dat voelt goed. Onze fans lopen met ons weg. We beantwoorden hun vragen via de social media (Twitter en Facebook ) en houden zo onze club normaal. ‘’  

De UEFA wil de komende jaren gaan proberen om de financiële verschillen tussen de diverse clubs te verkleinen. Daarvoor is het Financial Fair Play bedacht. John van Zweden is tevreden over het initiatief, maar heeft ook zijn twijfels. ‘’Als Michel Platini doet wat hij nu zegt, geloof ik daarin. Maar ook bij de UEFA en de FIFA draait het om geld. Geld maakt de wereld ziek en dus ook het voetbal. Ik twijfel daarom steeds meer aan Platini. Ik heb altijd gezegd, het is te hopen dat die Blatter snel aftreedt. Maar dat doet hij pas als hij dood is, denk ik. Tot die tijd is alles toegestaan, en kunnen clubs alles doen.’’

Swansea hoeft echter niet te vrezen voor de gevolgen van het Financial Fair Play systeem. De club maakt winst. En wat misschien nog wel belangrijker is, is de goede band die de club met de eigen achterban heeft. ‘’We zijn een grote familie. We onderhouden contact met onze fans via sociale media en zullen ook nooit de clubkleuren of het logo aanpassen. Wij zijn trots op onze club en weten ook waar we vandaan zijn gekomen. Dat is iets wat wij nooit zullen vergeten. Elf jaar geleden bestond Swansea bijna niet eens meer.’’

Voor toekomstige voetbalbestuurders heeft John van Zweden ook nog een belangrijk advies. ‘’Als je een bestuurslid bent, moet je normaal doen. En een club moet je besturen zoals je je eigen bedrijf of je eigen gezin ook draaiend houdt. En ook moet je niet groter doen dan je bent. Je ziet geen van onze bestuursleden in extreem dikke auto’s rijden. Wij hebben geen eigen belang. Alleen het belang van de club telt!’’

Een uitgelaten John van Zweden
© John van Zweden
Maar ook Van Zweden beseft zich dat het eens klaar is met dit jongensboek. ‘’Ooit zal er een dag komen dat er iemand komt om de club over te nemen. Dat is op dit moment niet het geval. Maar als iemand de club overneemt moet dat iemand zijn die het beste voor heeft met de club. Maar ik zal me daar nooit mee bemoeien. Dat zal onze voorzitter verder af moeten handelen.’’


‘’Ik heb het mooiste leven wat er is. Verkoop vier dagen van de week mijn rollenbehang, en zit drie dagen van de week bij Swansea. Mooi toch! En dan doe ik ook nog regelmatig lezingen geven aan bedrijven of voetbalclubs. Vertel daar mijn mooie Swansea avontuur. Ik zou met niemand willen ruilen!’’

7 nov 2013

Supporter zijn is niet zo makkelijk

Stelt u zich eens voor. Je bent een supporter van een voetbalclub. En deze week is het eindelijk weer eens een lekker potje Europees voetbal. Maar we moeten daar wel een stukje voor reizen namelijk naar Italië. Dat vinden we geen probleem want dat is nog best gezellig om met vrienden onderling op stap te gaan.

Eenmaal aangekomen daar is het best gezellig met elkaar. Je drinkt wat biertjes met je vrienden, er worden weer wat schunnige moppen verteld en als iedereen een beetje aangeschoten wordt, worden er ook de eerste liederen ingezet die men altijd zingt bij jou club. Het is beregezellig. Tot op een bepaald moment. Dan komt er ineens een groep van ongeveer twintig capuchons op je afgelopen. Ze zijn niet gekomen om mee te feesten maar om een ouderwets potje elkaar de hersenen in te slaan.

Maar ze hebben het deze keer op jou en je vrienden gemunt. Want jullie zijn van die club waar onze club vanavond tegen speelt. En dat vinden zij een goede reden om je een paar klappen te verkopen. Je hebt dan zelf twee opties; of heel hard weg rennen of terug slaan. Die keuze laat ik aan u, maar duidelijk mag zijn dat zo een gemiddeld opstootje geboren wordt.

Een dag later is in diverse media te lezen dat er door supporters van een bepaalde club in het buitenland gevochten is. We spreken met zijn allen onze afkeuring uit over deze types, want nee het kan echt niet deze keer. Maar daar word ik een beetje moe van de laatste tijd. Fans worden allemaal over een kam geschoren en het is dan ook niet gek dat je als voetbalsupporter in het algemeen wordt neergezet als de grootste debiel die er rond loopt op aarde.

Maar ik wil hier een lans breken voor de voetbalsupporter. Ik heb het niet over degene die bewust uit zijn op het vechten, maar wel over de fans die hun club door weer en wind steunen. Zij die iedere week een godsvermogen betalen om naar een wedstrijd van hun favoriete club te kunnen gaan. Zij die hun club helemaal achterna reizen naar Kazachstan omdat er toevallig daar ook nog gevoetbald wordt door hun team.

Maar de laatste jaren worden supporters steeds vaker weggezet door diverse media als tuig en mensen met een tekort aan hersencellen. En natuurlijk heb je de rotte appels ook in het voetbal ertussen zitten. Die zitten overal tussen. Maar als ik u vertel dat er bij het voetbal in de Eredivisie 10% minder incidenten zijn geweest dan het jaar ervoor. En dan te bedenken dat het eigenlijk ieder jaar minder wordt.

Maar waar ik mij dan bijvoorbeeld aan stoor is het volgende: iedere thuiswedstrijd van Ajax of Feyenoord zijn er zo’n 50.000 mensen op de been. Er worden natuurlijk wel wat mensen opgepakt maar dat aantal is bij lange na niet zo hoog dan wat er aan aanhoudingen werd verricht bij een festival als Lowlands. Hier werden ook een slordige 111 mensen aangehouden en ook daar waren 50.000 mensen aanwezig! En daar zeggen we dan, als een volkje dat overal een mening over heeft, niets over.

Soms hoop ik gewoon dat, zeker bij Europese wedstrijden, er geen incidenten plaats vinden waar zogenaamde supporters van bepaalde ploegen weer bij betrokken zijn. Dat er gewoon eens over de wedstrijd gepraat wordt of over de steun van de supporters.

En ik heb een advies aan alle moraalridders van Nederland. Ga eens mee met een Europese uitwedstrijd van een club. Het is voor het overgrote deel echt geen vechttripje. Het is een feest. Het is gezellig. Het is precies zoals voetbal door supporters wordt ervaren. En dan heb ik het niet over volwassen mannen in oranje leeuwen pak.   

Want zonder supporters heb je geen voetbal!


31 okt 2013

Er is geen crisis in het voetbal... Het is gewoon niet anders

Iedere week doe ik het met vele andere supporters in Nederland mezelf weer pijn. Ik ga er toch weer eens goed voor zitten want ja mijn favoriete club moet weer een wedstrijd spelen. En ach die zullen we wel winnen, dat denk ik dan. Maar in de praktijk valt deze gedachte vies tegen. Om het te vergelijken. Je gaat kijken voor een Ferrari maar komt uiteindelijk thuis met een Renault Twingo. Daar komt het vaak wel op neer.

Laat ik allereerst beginnen dat ik Renault Twingo helemaal geen verkeerd wagentje vind. Maar het staat in mijn ogen wel symbool voor waar ik de afgelopen weken in het Nederlandse voetbal naar heb gekeken. Elke keer die hoge verwachtingen maar er wordt er geen een ingelost. Helemaal geen. En daar baal ik van.

Ik heb het beste voor met het Nederlandse voetbal. En met mij heel veel Nederlanders.  We willen graag elftallen goed zien spelen, geweldige acties zien en daarnaast ook genieten van briljante talenten. Maar de laatste weken is het niet te vinden in Nederland. Geen goed spelende ploegen, geen bijzondere acties en al helemaal geen grote talenten meer.

Dat laatste wil ik graag toelichten. Tien jaar terug waren de talenten niet aan te slepen. Zo had je bij Ajax Sneijder en Van der Vaart, Van Persie bij Feyenoord en zo kan ik nog wel even door gaan. Maar tegenwoordig zie ik geen echte talenten meer. Als een jongetje van 16 jaar een wedstrijd goed speelt is het gelijk al het grootste talent wat in alle jaren op de Nederlandse velden te bewonderen is geweest. Maar vijf wedstrijden verder zie en hoor je helemaal niets meer van zo’n voetballer.

In mijn ogen zijn gewoon te snel tevreden in Nederland. Als een Bakkali een keer mee doet en hij schiet er twee in, dan vinden we dat leuk. Maar als hij vervolgens twee maanden niets meer heeft laten zien dan is er niemand die zo’n jongen durft aan te pakken. Want ja, het is nog een jonge speler. Maar moet je wel zo snel tevreden zijn? In de periode dat we nog wat voorstelden in Europa en niet verloren van een stel Schotse hooglanders of bouwvakkers uit Luxemburg, waren we nooit tevreden. Een talent moest er vanaf het begin staan. Kon je dat niet, dan kon je het niveau niet aan.

Maar ik hoor u al denken, wat zeurt hij nou weer. De competitie is toch spannender dan tien jaar terug!? Dat kan maar dan wil ik u even op een aantal dingen wijzen. Voor supporters is het verschrikkelijk om jaarlijks een paar honderd Euro te betalen voor wat wedstrijdjes. Maar dat doen zij omdat ze van een club houden en niet omdat hun club thuis gelijk speelt tegen RKC of verliest van Roda. Het spel is al jaren niet meer om aan te zien. Dus daarvoor hoef je ook al niet meer te kijken. Die spanning zou dan nog veel moeten vergoeden. Maar nee sorry, bij dat argument haak ik af. Ik verkies goed voetbal boven spanning in een competitie.

En dan krijg je vandaag die berichten in de media van crisis bij PSV omdat ze twee keer verliezen van Roda. Of crisis bij Ajax omdat ze al een paar wedstrijden achter elkaar al niet meer hebben gewonnen..Het Nederlandse voetbal stelt, op clubniveau, al jaren niets meer voor. Dat kan je geen crisis noemen, wat in mijn ogen een korte periode is. Dat noem je naar mijn mening een chronische ziekte. Een ziekte die vele voetbalharten pijn doet. Maar beste lezer geloof mij, het is gewoon niet anders.



15 okt 2013

Grande Inter

Er zijn altijd voetbalploegen voor wie je een zwak hebt als voetballiefhebber. Vaak is dat een underdog tijdens een wedstrijd. Maar velen hebben ook een tweede liefde naast hun eigen favoriete club. Voor de een is dat een hele kleine club uit Engeland voor de ander weer het Argentijnse Boca Juniors. Maar voor mij is dat Inter Milan.

En de reden dat ik deze blog vandaag (15 oktober 2013) schrijf heeft te maken met het bericht dat vandaag naar buiten kwam. Inter is door Massimo Moratti verkocht aan de Indonesiër Erick Thohir. De beste man heeft een meerderheid van 70% gekocht in de club. Maar ik ben ergens bang voor. Bang dat Inter zijn ziel heeft weg gegeven!

Het zal namelijk niet de eerste club zijn die na een overname zich volledig zal overgeven aan het grote geld. Bij Chelsea gebeurde het al, net als bij Manchester City. Vooral laatstgenoemde zag zijn volledige club cultuur aan gort geholpen worden. En wat was daar de reden van? Het geld. Dat waarmee je spelers kan kopen.

Ik ben bang dat Inter ook die kant op zal gaan. Van een traditionele club met een prachtig zwart/blauw shirt waar grote voetballers in speelde naar een ordinair koopclubje. En ik weet ook wel dat het met Inter niet veel meer was de laatste jaren. Na het laatste hoogtepunt in 2010 onder aanvoering van Wesley Sneijder ging het snel bergaf met Nerazzurri .

Maar toch is het zonde. Er waren nog eens tijden in de jaren ’60 dat Inter de beste van Europa was. In eigen land werd het een aantal keren kampioen en ook in Europa werd er gewonnen van grootmachten als Real Madrid en Benfica. En dat met een revolutionair spelsysteem voor die tijd. Met vijf verdedigers achterin werd alles dichtgetimmerd. Het begrip catenaccio werd hier geboren. Net als de bijnaam voor deze grootse periode in de geschiedenis van de club: Grande Inter!

Nederland heeft ook een hele bijzondere band met Inter Milan. Zo was Faas Wilkes in 1949 de eerste Nederlander die een transfer maakte naar een grote club in het buitenland. Maar ook was het de club waar enkele Nederlanders het niet redde. Denk aan Bergkamp en nog recenter Andy van der Meyde.

Inter blijft ook altijd een beetje een mystieke club in mijn ogen. Je kan er niet altijd een goed beeld van krijgen. Ene jaar spelen er de grootste en bekendste spelers. Jaar erna staat er weer een hoop jeugd in. Wat dat is hoef ik ook niet te weten. Dat maakt deze club juist zo mooi.

Ik hoop dat de Indonesische vriend Inter nog steeds een prachtige club laat zijn. Een club die aan alles mooi is. Prachtig shirt, mooie geschiedenis en een club met een toekomst. Grande Inter!




24 sep 2013

Voetbal een feestje? Dacht het niet!

Het was voor de meeste Ajacieden geen gemakkelijk weekend. Er werd met 4-0 verloren bij PSV, iets wat hard aan kwam. Zeker gezien het spelbeeld van de eerste helft. Maar ik wil het niet hebben over de wedstrijd en of het wel of niet verdiend was, want dat spreekt voor zich. Waar ik het wel over wil hebben is de burgervader van de gemeente Eindhoven, dhr. Rob van Gijzel.

Vorige week kwam in het nieuws dat er geen Ajax supporters aanwezig mochten zijn bij de wedstrijd in Eindhoven tegen PSV. Er werd gewerkt aan de tunnel in Best en dat zorgde ervoor dat er geen treincombi mogelijk was. Omreizen met de trein was ook niet mogelijk vanwege allerlei technische of logistieke redenen.

Dus toen werd de hoop van menig Ajax supporter gevestigd op een mogelijke bus combi. Maar ook die kwam er niet. De burgemeester en zelfs de rechter besloot dat dit niet kon. Dit omdat er tijdens de laatste PSV-Ajax in april, confrontaties waren geweest tussen PSV aanhangers en de ME. De schuld van de Ajax supporters kon je het dus niet noemen.

Maar wat wellicht nog wat vreemder was, was dat er een paar dagen eerder in Eindhoven wel tegen de lokale FC gespeeld kon worden waar de uit supporters wel welkom waren met de bus. Een vreemde situatie, zeker omdat het twee dagen later ineens niet meer mogelijk was. Maar dat was het toppunt nog niet van dit weekend.

Dat kwam zaterdagavond. Nadat vrijdag er ineens geruchten opdoken over mogelijke demonstraties van Ajax supporters in Eindhoven, besloot de gemeente Eindhoven samen met de politie controles te houden op de toegangswegen naar Eindhoven. Er stond erg veel ME bij onder meer Schijndel en Boxtel. Uiteindelijk bleek het loos alarm te zijn.

Er werd buitensporig veel politie ingezet. Zoveel dat je je af moet vragen of het niet goedkoper was geweest om Ajax supporters toe te laten in Eindhoven. Maar daar hoor je nu niemand over, nu PSV gewonnen heeft. En dat stoort mij een beetje. Er is bijna niemand die Van Gijzel deze spiegel durft voor te houden.

De reden dat ik deze blog schrijf is heel simpel. Voetbal zou een feestje moeten zijn. Maar zolang er burgemeesters rond lopen zoals dhr. Van Gijzel die te bang zijn om een aantal uit supporters toe te laten, zal het voetbal nooit een feestje worden!



11 sep 2013

Storm in een glas water

Ik weet niet meer wat voor weer het hier in Nederland was op 18 oktober 2011. Feit is wel dat het een belangrijke dag zou zijn voor de Nederlandse sport. Die dag zouden we, niet u of ik maar de Nederlandse honkballers, geschiedenis schrijven. Nederland werd voor het eerst en direct ook voor het laatst Wereldkampioen honkbal. En dat was best knap met grootmachten als Panama en Cuba. Er ontbraken ook wel grote Amerikaanse spelers maar dat was voor ons, als volk, totaal niet van belang; we waren weer eens ergens de beste in. En niet zomaar de beste. Nee, de beste van de hele wereld, zou Louis van Gaal zeggen.

En het werd me toch gevierd. Een heuse huldiging vond plaats in Haarlem, waar ook coach Bob Farley en aanvoerder Sidney de Jong geridderd werden voor hun prestaties met de nationale trots. Er werd nog wat gejuicht met het publiek op de grote markt aldaar en dat was de huldiging voor deze ploeg. Haarlem was een logische keuze want dat is de Nederlandse basis voor deze sport, denk aan de Haarlemse Honkbalweek.

Maar bij deze huldiging bleef het niet. De ploeg mocht ook nog eens op bezoek bij een aantal voetbalclubs. Zo heb ik op een verloren zaterdagavond bij Ajax nog staan te klappen voor deze mannen. Niet dat ik dat niet wilde, maar een gevoel bekroop me dat dit eigenlijk nergens op sloeg. Waarom dat wist ik toen niet, maar ik denk nu wel te weten waarom ik dat toen dacht.

De reden dat ik toen met frisse tegenzin toch klapte is de volgende; wat horen we nu nog van het honkbal? Kijk op dat moment doe je dat meer uit respect en eerbied omdat het een knappe prestatie is, maar zo terugkijkend hebben zij er helemaal niets aan gehad. Want er zou toch enorm veel veranderen voor deze sport, tenminste dat werd toen geroepen door zogenaamde deskundigen. Maar wat dan? Volgens mij helemaal niets. Nou helemaal niets is wellicht een beetje overdreven, maar het is in ieder geval niet zichtbaar voor de Henk en Ingrids onder ons.

En als we eens heel logisch na gaan denken kunnen we toch eigenlijk ook wel raden waarom we niets meer van hen horen. Nederland is toch helemaal geen honkbal land. Als je kijkt naar de populairste sporten in Nederland dan zie je nergens honkbal bij staan. Ik wil hier mee niet zeggen dat we er niet goed in kunnen zijn, maar het Nederlandse volk zit blijkbaar niet te wachten op honkbal. En zo zijn er wel meer sporten hoor.

Maar goed in 2011 hadden de meesten een grote mond want het zou veranderen. Nu twee jaar verder is er haast niets veranderd en lijkt het leven gewoon weer door te gaan zoals voor 18 oktober 2011 ook al het geval was. Het was niet meer dan een storm in een glas water. Een storm die niet krachtig genoeg was om Nederland onder water te zetten.



29 aug 2013

Als dit was gebeurd, was het heel anders afgelopen...

Als een klein jongetje van een jaar of vier oud zette ik mijn eerste stapjes in de voetbalwereld. Bij de mini’s begon ik toen. Een geweldig looptalent dat was ik niet. Maar verdedigend stond ik mijn mannetje wel en ik had een goede trap in de benen zitten waardoor ik anderen regelmatig kon voorzien van een assist. Maar meer dan een kampioenschap bij Wilhelmina Boys E6, heeft er nooit ingezeten.  

En in dat laatste zit volgens mij voor heel veel voetballers maar ook trainers een belangrijke boodschap. Als ik hen na de wedstrijd voor de camera weer eens hoor zeggen hoe anders de wedstrijd was verlopen als ze die ene kans hadden afgemaakt, dan moet ik altijd lachen en zuchten. Soms ook wel eens tegelijk wat natuurlijk een vreemd gezicht voor anderen moet zijn.

Ik begreep toen ik een jaar of twaalf was dat dit het wel zou zijn voor mij als voetballer. Beetje voetballen bij de amateurs van willekeurige voetbalclub is helemaal niets mis mee, dacht ik zo. En voor de een moet dat moment een iets grotere teleurstelling zijn geweest dan voor de ander. Maar uiteindelijk berust je in het lot. Maar dat stapje hebben sommige trainers en spelers niet mee gekregen.

Zo zag ik gisteren (28 augustus 2013) PSV voetballen in San Siro tegen AC Milaan. Ze verloren redelijk kansloos. Maar goed dat neemt niemand je kwalijk als je met zo’n elftal komt. Na de wedstrijd kwam de heer Cocu, trainer van de Eindhovense ploeg, voor de camera van de NOS. Tom Egbers vroeg aan hem of het een terechte weerspiegeling van de wedstrijd was. Cocu gaf daarop als antwoord dat als die ene bal van Wijnaldum erin was gegaan, de wedstrijd heel anders verlopen zou zijn.

Maar dat is toch niet gebeurd of heeft hij naar een andere wedstrijd gekeken? Paar weken geleden zei Frank de Boer min of meer hetzelfde toen Ajax verloor bij AZ. De rode kaart zou de wedstrijd bepaald hebben. Ja, die kaart was dan wel van invloed maar moet je als Ajax zijnde gewoon niet beter zijn dan je tegenstander? Moeten die trainers niet bij zichzelf te raden gaan waarom ze verloren hebben in plaats van een scenario te schetsen wat nooit heeft plaats gevonden?

Natuurlijk besef ik wel dat bepaalde gebeurtenissen in een wedstrijd van belang zijn, maar je speelt uiteindelijk twee keer 45 minuten. In die tijd moet je het verschil maken. Doe je dat niet, dan heb je gefaald. Zo simpel is het in mijn ogen. Als trainer zijnde moet je analyseren waar het mis ging tijdens de wedstrijd en niet gaan bespreken wat er zou zijn gebeurd als dit of als dat zou hebben plaatsgevonden.

Want mijn carrière had er ook heel anders uitgezien als ik op jonge leeftijd werd gescout door Real Madrid. Ik zou dan op deze leeftijd al financieel binnen zijn en prachtige wedstrijden spelen. Ik zou dan al drie keer kampioen zijn geworden. Ik zou zelfs Ronaldo uit de basis gespeeld hebben. Maar dat is helaas niet. Maar als dit was gebeurd, was het heel anders afgelopen!


24 aug 2013

Vooravond van nieuwe periode in het wielrennen?

Gisteren, vrijdag 23 augustus, was het weer tijd voor de jaarlijkse koers de Dutch Food Valley Classic. Een wedstrijd die vroeger door het leven ging als Veenendaal - Veenendaal. Met winnaars als Tom Boonen maar ook Joop Zoetemelk. Dit jaar was het echter nog lang onzeker of de koers wel doorgang zou vinden. Op het laatste moment trokken zich sponsoren nog terug. Maar samen met burgemeester Kolff van Veenendaal ging de organisatie op zoek naar investeerders. En vorige week kwam dan eindelijk het hoge woord eruit; de wedstrijd zou door gaan. En het werd gelijk ook een bijzondere.

Want niemand minder dan Thijs Zonneveld was aangesteld als technisch directeur van deze koers. Jarenlang had hij regelmatig kritiek op het wielrennen maar ook op deze koers. Zo zou de wedstrijd te voorspelbaar zijn. Er ontsnapte een groepje en die werden dan vlak voor de finish weer bij gehaald om een massasprint te krijgen. Daar wilde Zonneveld verandering in zien. De Dutch Food Valley Classic (wellicht die naam vervangen?) ging met hem de uitdaging aan en gaf hem de volledige vrijheid (zover mogelijk natuurlijk) om zijn ideeën uit te voeren.

Er waren gisteren ook drie, voor het publiek zichtbare, aanpassingen in de koers. Zo mocht iedere ploeg die deelnam maar met maximaal zes renners starten. Dit tot ongenoegen van diverse ploegen. Maar Zonneveld wilde de controle die ploegen vaak hebben tijdens een koers hierdoor weg nemen en er een attractieve wedstrijd van maken. En het moet gezegd worden dat ondanks een massaspurt, hij daar in geslaagd is. Er waren veel aanvallen in de wedstrijd, de koplopers kregen niet veel ruimte van het peloton en er werd daarom ook gruwelijk hard gereden. Zo hard zelfs dat men sneller reed dan het snelste schema wat de organisatie had opgesteld.

De tweede opmerkelijke aanpassing was de route van het parcours. Waar deze vroeger wel eens een beklimming had, zat deze editie er vol mee. Weliswaar geen hele hoge beklimmingen maar toch genoeg om de koers hard te maken. Zo werd er zes keer de Emma Piramide opgereden en werd de finish, die lag tussen Veenendaal en Rhenen, ook vier keer aangedaan. Ook daar ging een klein klimmetje telkens aan vooraf. Dit moest ook de voorspelbaarheid uit de koers halen. Toch zorgde dit experiment er niet voor dat het ook gebeurde. Het werd uiteindelijk toch een massasprint.

En de derde, meest innovatieve verandering, waren de camera’s in de koers op de fietsen van de renners. Dit gebeurde voor het eerst in de wereld tijdens een wedstrijd van de UCI. Tijdens de televisie uitzending op RTL 7 kon het publiek ook voor het eerst de beelden zien. Het zag er nog allemaal wel wat minder uit qua kwaliteit van het beeld maar het is zeker iets wat we in de toekomst vaker zullen zien. En hopelijk ook live want dan is dit echt iets dat iets toevoegt aan de wielersport die momenteel veel klappen moet incasseren.

Maar er waren niet alleen positieve punten aan deze editie. Zo ontbraken de echt grote ploegen, en daarmee ook grote renners, aan deze koers. Slechts vier World Tour ploegen waren present in Veenendaal; Belkin, Argos – Shimano, Vacansoleil en het Italiaanse Cannondale. Eerst zou Lotto – Belisol, met daarbij Greipel, aan de start verschijnen. Deze ploeg liet uiteindelijk toch verstek gaan omdat er maar met zes renners gestart mocht worden en Greipel dat niet wilde met aanstaande zondag de Vattenfall Classic in het vooruitzicht. Daardoor kon het publiek in Veenendaal zich niet vergapen aan deze ras sprinter maar ook andere bekende renners.

En ook gaf het publiek aan dat zij het ergens wel jammer vonden dat de finish uit het centrum werd gehaald. Ze vonden het ergens wel logisch want zo werd de koers spannender en leuker, maar in het centrum daar leeft het toch het meeste was het idee dat enkele toeschouwers hadden.

Ploegwagen van de latere winnaar Viviani
Het is in ieder geval wel te stellen dat het knap is wat Zonneveld en zijn team hebben geprobeerd. Zij hebben in een sport die er niet al te best voor staat dingen geprobeerd om het wielrennen weer tot leven te laten komen bij het publiek. Het ene proefballonnetje net was succesvoller dan de ander maar er zitten zeker dingen bij die de wielersport verder zal helpen. Ze durven in ieder het gezicht boven het maaiveld uit te steken.

En de koers zelf dan? Je zou bijna vergeten dat er ook nog gereden werd. In het begin sloop een groepje van zes renners weg, alleen kwamen zij niet weg. Niet gek veel later kon een groep van 14 man wel weg komen. Deze hielden het vol tot ruim tien kilometer voor het einde van de wedstrijd. Onder aanvoering van Cannondale (dat de gehele dag de wedstrijd al gecontroleerd had), Vacansoleil en Accent werd de sprint aangetrokken. Kenny van Hummel kwam te vroeg op kop te zitten waardoor hij alsnog werd voorbij gereden door twee Italianen. Van die twee Italianen was Elia Viviani van Cannondale de sterkste. Hij versloeg Napolitano die tweede werd. Van Hummel werd, licht teleurgesteld, derde in de 28e editie van de Dutch Food Valley Classic.



11 aug 2013

Bobby Haarms: De Goede Beul!

Er zijn van die mensen voor wie je later steeds meer respect krijgt. Dat kan als ze nog leven of in sommige gevallen niet meer onder ons zijn. Wat ik dan vaak doe is me verdiepen in zo’n persoon. En zo kwam ik op het volgende onderwerp van mijn blog. En daar staat een man in centraal met een prachtige bijnaam: De Goede Beul.

Dat is namelijk de bijnaam van oer-Ajacied Bobby Haarms. Iedere Ajacied dient deze naam te kennen. Zo niet dan schaam ik me toch enigszins in hen plaats. Ik moet ook eerlijk bekennen dat ik de man nog niet zo goed kende tot een bepaald moment in 2008. Een moment dat ervoor zorgde dat ik me ging verdiepen in Haarms.

Het was zondag 29 september 2008. Locatie de Amsterdam Arena. Ajax speelde daar die middag een wedstrijd tegen Vitesse. Het werd een redelijk eenvoudig overwinning voor de Amsterdammers. Met 3-0 werd Vitesse opzij gezet. Maar die wedstrijd was voor mij slechts bijzaak. Ik mocht als vaandeldrager, met een vlag van Ajax, het veld op. Een gevoel dat je niet kan omschrijven. Het stadion waar je als klein jongetje van droomt, dat mag jij dan betreden met een vlag van jou club. Dichter bij kon ik niet meer komen om op het veld van de Arena te mogen staan. Mijn voetbalkwaliteiten waren niet toereikend genoeg om nog te hopen op een professionele carrière.

Maar het eigenlijke hoogtepunt van die dag, zo besef ik nu pas, was al voor de aftrap. We waren met een paar man omgekleed en stonden op het punt om naar het veld te gaan. Eerst zagen we nog een gepanikeerde voetballer van Vitesse staan. Hij stond volop te bellen. Ik weet niet meer zeker wie het was maar ik denk nu nog steeds aan Nicky Hofs. Maar goed we liepen verder en kwamen in het stadion. En daar stond een vrouw bij een rolstoel waar een oudere man in zat. Die oudere man bleek Bobby Haarms te zijn! Het werd nog beter toen we dichterbij kwamen. Onze begeleider kende schijnbaar de vrouw en ook meneer Haarms kende hij redelijk goed zo te zien. We liepen hem achterna en zo stonden we plotseling oog in oog met Bobby Haarms. Hij gaf iedereen nog een hand. Toen was ik aan de beurt en gaf de beste man een hand. Een handdruk die ik mijn hele leven nooit zal vergeten.

Dat moment zorgde ervoor dat ik me ging verdiepen in Bobby Haarms. Want wat had hij nu voor Ajax betekend in al die jaren. Ik wist dat hij bij heel veel Ajacieden erg geliefd was. Maar waarom dan? Dat was eigenlijk de vraag die mij bezig hield. En ik denk dat ik het antwoord wel weet. Bobby Haarms was Ajax.

Geboren in Amsterdam zag hij in 1934 het levenslicht aan de Middenweg te Amsterdam. Hij werd geboren tegenover het terrein waar later De Meer werd gebouwd. Hij debuteerde voor Ajax in 1952 tegen Heracles. Lang zou hij echter niet voetballen want op 25-jarige leeftijd moest hij zijn loopbaan stoppen vanwege aanhoudende knie klachten. Maar afstand nemen van het voetbal dat wilde Haarms niet. Hij ging door als trainer en kwam zo in 1967 weer bij Ajax terecht als assistent van Rinus Michels.

Het opmerkelijke was dat Haarms niet in bezit was van de juiste trainingspapieren. Maar dat was geen probleem. Hij kreeg van Michels een getuigschrift met de volgende zin: "Haarms nooit zijn A-diploma had kunnen halen, omdat hij het te druk had met zijn werkzaamheden voor de club". Hij vervulde diverse functies bij Ajax. Assistent-trainer, hersteltrainer, scout en jeugdtrainer werd Haarms bij de Amsterdammers. Hij maakte veel mee. Zag veel prijzen gewonnen worden, maar zag ook veel dingen mis gaan. Maar hij bleef Ajax altijd trouw.

En dat zorgde ervoor dat hij met de jaren steeds geliefder werd bij de aanhang van Ajax. Zijn wil om alles voor Ajax over te hebben. Zijn enorme drang om de club te helpen, ook al stond deze er niet goed voor. Hij gaf zich voor de volle 100% voor de club. Iets wat je nog maar zelden mee maakt in tijden van op geld beluste bestuurders die snel willen scoren om vervolgens weer ergens anders de show te gaan stelen.

Maar aan ieder mensenleven komt een eind, zo ook aan dat van Haarms. Op 6 juni 2009 stierf hij in zijn geliefde Amsterdam. Na jaren al achteruit te zijn gegaan door zijn suikerziekte en zware privé omstandigheden, won hij deze keer de strijd niet. Hij kreeg een prachtig eerbetoon tijdens een dienst die voor hem werd gehouden op De Toekomst.

Wat rest zijn de herinneringen aan een fantastisch mens. Iemand die ik nooit persoonlijk heb mee gemaakt met uitzondering van een handdruk. Veel Ajacieden van mijn generatie kennen hem alleen van naam. Maar hij mag en zal ook nooit vergeten worden. Want Bobby Haarms, hoe ziek hij ook was op het einde van zijn leven, nog steeds een Ajacied.