Pagina's

6 apr 2015

Popiejopie-gedrag op de tribunes

Er zijn van die dagen in het jaar waar je totaal geen raad mee weet. Enkele voorbeelden zijn Tweede kerstdag en in dit specifieke geval Paasmaandag. Gelukkig ben ik op deze dag niet de enige die niet weet wat hij moet doen op deze dag. Deze mensen kiezen ervoor om, vrijwillig, naar een woonboulevard te gaan. Zij kiezen ervoor om niet op een snelweg in de file te staan maar om bij de IKEA in de rij aan te sluiten.

Persoonlijk heb ik deze maandag omgedoopt tot een niets doen dag. Vind ik heerlijk. Gewoon wat dwalen in mijn eigen gedachten. En op internet een hoop artikelen lezen. Van Sjaak Rijke, de Nederlander die vanochtend door Franse soldaten werd bevrijd in het altijd gezellige Mali, tot een recensie van de film Foute Vrienden. Deze moet echt van een bedroevend niveau zijn. Maar goed daar ga ik niet over.

Op deze maandag heb ik, zoals gewoonlijk, Twitter de gehele tijd open staan. Ik volg veel mensen die allemaal wel wat zinnigs te melden hebben en continu artikelen tippen. Zo lees ik veel berichten die je anders niet vaak voorbij ziet komen. Plots was daar een Tweet van Josien Wolthuizen. Een redacteur bij de online versie van Het Parool. Er was een artikel dat mijn aandacht trok.

Gisteren werd in Utrecht een wedstrijd gespeeld tussen de lokale FC en Ajax. Al weken werd er vanuit de stad van de Domtoren geschreeuwd dat dit de wedstrijd van het seizoen zou worden. En daar hadden ze een punt als je de voorgaande edities tussen beide teams qua scoreverloop bekeek. Het zou wat worden.

De wedstrijd viel echter gruwelijk tegen. Het was nog erger dan een warm glas bier waarbij het schuim al na twee seconden is vertrokken. Het was niets. Ajax speelde voor de verandering weer erg attractief. Tikkie breed. En Utrecht wist zelfs die ene seconde met twaalf spelers nog geen indruk te maken. Iedereen die deze wedstrijd heeft gezien, ook ik, heeft negentig minuten van zijn weekend letterlijk weggegooid.

Vanaf mijn bank, de plek waar ik meestal de Eredivisie nauwgezet volg, zag ik deze bak ellende aan. Ook op de tribunes leek het een makke sfeer. Het werd niet giftig. Toch bleek dat op deze tweede paasdag wel iets anders te liggen. De Bunnikside, de fanatiekere aanhang van de FC, had een nieuwe tekst bedacht voor de gasten. Deze klonk als volgt:

Mijn vader zat bij de commando’s,
Mijn moeder zat bij de SS,
Samen verbranden zij Joden,
Want Joden die branden het best

Toen ik deze tekst las maar vooral hoorde werd ik best kwaad. Een vijandige voetbalsfeer mag er best zijn. Er mag af en toe best wel wat gescholden worden maar zolang dat niet structureel is vind ik alles best. Maar er zijn een aantal dingen die je niet moet doen. Een van die dingen is een van de meest verschrikkelijke periodes van de moderne geschiedenis erbij halen en daar dan onsmakelijke liedjes over zingen. Ook al zijn deze gericht aan het andere team.

Denk toch eens na. Wanneer besluit je dat het een uitstekend idee is om de Holocaust (kunnen heftige dingen te zien zijn) te gebruiken voor een liedje jegens een andere club? Ik wil hier zeker niet de moraalridder uithangen. Maar ik ben wel helemaal klaar met supporters die het nodig vinden om mensen te kwetsen. Of het nu Chelsea supporters zijn in de metro van Parijs of deze, in de ogen van sommigen, helden. Kap eens met die onzin.

Laatst zag ik gelukkig een filmpje voorbij komen waarbij ik enorm hard om moest lachen. Het filmpje dateerde uit een periode dat Volendam nog op het hoogste niveau actief was. NAC kwam op bezoek. Zij scoorden en wat er toen gebeurde vond ik enorm tof. In plaats van met ziektes schelden werd dit doelpunt gevierd met een polonaise. Deze werd begeleidt door de uitstekende tekst: “Hij zit erin!”

Zo kan het dus ook...



29 jan 2015

We willen allemaal Charlie zijn, alleen wanneer het ons uitkomt

Afgelopen zondag stond er een mooie wedstrijd op de planning. Standard Luik speelde een wedstrijdje tegen de recordkampioen van België, Anderlecht. Een wedstrijd die al regelmatig het nieuws haalde in eerdere edities. Zo ging Axel Witsel eens op het been van Marcin Wasilewski staan. Laatstgenoemde moest dat bekopen met een gebroken been en daarop volgde een langdurig revalidatietraject.

De supporters van beide ploegen zijn ook geen hele goede vrienden van elkaar. Afgelopen zomer werd deze haat groter door de terugkeer van Steven Defour. Hij besloot na een periode in Porto terug te keren naar zijn land van herkomst. Alleen werd het niet Standard maar de grote concurrent Anderlecht. En dat vonden de supporters niet echt heel tof. Dat is nog zacht uitgedrukt.

In september 2014 speelde de nationale ploeg van België een oefenwedstrijd tegen Australië. Een wedstrijd die werd gespeeld in… Sclessin! Het stadion van Standard Luik. Defour speelde mee bij de Belgen en daarmee werd het interessant wat het aanwezige publiek zou doen. Na een aantal fluitconcerten werd de toon toch wat aangenamer voor Defour. Hij verliet het veld onder een klein applaus van de meeste supporters.

Het was even wachten tot dat het januari 2015 werd. De maand waarin Defour voor het eerst Sclessin bezocht met zijn nieuwe werkgever. Een ding stond vooraf al vast. Hij kon zich voor bereiden op een ontvangst dat hem dichter bij de hel dan de hemel bracht. Iedereen had zijn ogen gericht op de aanhang van Standard. Want vanuit die hoek zou er vast en zeker, of zeker en vast, wel een actie komen.

De spelers stonden op het punt het veld te betreden. Defour gaf nog wat oud ploeggenoten een hand of een knuffel. Het vijandige geluid nam toe naarmate de ploeg van Anderlecht het veld betrad. Toen het Luikse publiek Defour in het oog kreeg nam brak de hel los. Het gefluit en gejoel bereikte zijn hoogtepunt. Maar daar bleef het niet bij.

Een reusachtig doek verscheen. Een rood doek. Met daarop een pakkende tekst. Red or Dead. Dat was volgens de Luikse aanhang de keuze voor Defour. De tekst was echter niet hetgeen dat menig bezoeker en televisiekijker deed huiveren. Het was de afbeelding waarin een man met een duidelijk zichtbaar zwaard het onthoofde hoofd van Defour in zijn bezit had. Vervolgens begon wellicht het meest merkwaardige duel in de Belgische competitie van het seizoen 2014/2015.

Na afloop sprak niemand over het afscheid van Ciman of over andere noemenswaardige momenten. Het gesprek ging over het spandoek. Veel mensen vonden het walgelijk en niet kunnen. Dit had verboden moeten worden. Zoiets moest niet kunnen. Vooral de afbeelding was bij veel mensen in het verkeerde keelgat geschoten. Het deed hen denken aan mensen in een oranje pak die te maken kregen met ‘Jihadi John’, de man die iedere keer in filmpjes van IS opduikt.

Persoonlijk begreep ik de hele ophef niet. Dit is juist wat voetbal zo mooi maakt. Emotie. Mensen voelen pijn omdat zij zich verraden voelen door Defour. Zij nemen dan op deze manier wraak. Met een spandoek. Het is in ieder geval veel beter dan dat zij Defour persoonlijk hadden opgezocht en hem met geweld hun standpunt duidelijk probeerden te maken.

Maar wat mij vooral stoort zijn de berichten in de media. Het was volgens hen walgelijk en had nooit mogen gebeuren. Ik neem u even mee terug in de tijd. Het is zondag 11 januari. De hele wereld kwam samen in Parijs om mee te lopen in een mars tegen de moordpartij op de redactie van Charlie Hebdo. ‘Je suis Charlie’ werd door veel mensen verkondigd als een statement voor het vrije woord. Een gedachte die ik volledig onderschrijf. En steun.

Alleen nu zijn het deze mensen die een spandoek walgelijk vinden. Zij vinden dat dit doek nooit getoond had mogen worden. Want dat kan niet. Dat is beledigend. Zoiets had nooit mogen gebeuren. Dat was de mening van deze mensen.

Persoonlijk vind ik het ook niet echt een super tactisch doek. Iets meer humor en relativering was beter geweest. En dat onthoofde hoofd is niet echt heel tactvol op dit moment. Maar is dat dan een vrijbrief om maar te roepen dat dit verboden had moeten worden? Moet een journalist zich daarover uitlaten?

Nee! Dat is mijn antwoord op beide vragen. Journalisten zijn niet in de positie om te bepalen wat wel of niet deugdelijk is. Zij moeten zaken duiden zonder een persoonlijke mening daarin naar voren te brengen. En hoe walgelijk een spandoek in jouw persoonlijke opinie kan zijn, het is een vorm van meningsuiting. Een mening waar je het niet mee eens hoeft te zijn.

Dat laatste is namelijk de afgelopen weken meerdere keren in de publiciteit geweest. Iedereen moet kunnen schrijven en roepen wat hij of zij wil. En dat is nou net het probleem van afgelopen zondag. Mensen zijn erg snel vergeten dat het een mening is. De Luikse aanhang heeft recht op een mening. Een mening die wellicht tegen het zere been schopt. Maar dat is juist zo belangrijk aan de vrijheid van meningsuiting.


Ik kan maar tot een conclusie komen. En daar hoeft u het niet mee eens te zijn. Gelukkig niet. Mijn conclusie is dat we allemaal Charlie willen/wilden zijn. Maar wel wanneer het ons uitkomt. 

4 mrt 2014

Le Vélodrome d'Hiver c'est un cauchemar!

Oorlogen hebben altijd iets fascinerends vind ik. Zijn het niet de meest gruwelijke misdaden van een leger dan zijn het wel de ontroerende verhalen die bestaan. Iedereen kent bijvoorbeeld wel het verhaal van Oskar Schindler dat prachtig verfilmd is door Steven Spielburg. Maar wat wellicht een van de meest onbekende verhalen is, is het verhaal Vélodrome d'Hiver.

Het Vélodrome d'Hiver zal veel mensen tegenwoordig niet veel meer zeggen. Tot en met de jaren ’30 van de vorige eeuw was dit een wielerstadion in Parijs. Er werden regelmatig wedstrijden georganiseerd. Het hoogtepunt was de Olympische Spelen van 1924 dat in Parijs gehouden werd. Hier werden onder andere de bokswedstrijden en worstelpartijen gehouden.

Maar zoals iedereen weet veranderde de wereld compleet in 1939. Duitsland viel op 1 september 1939 Polen binnen en een paar dagen later verklaarde het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk de Duitsers de oorlog. Frankrijk zag echter Duitsland in 1940 het Franse land binnenvallen. De Fransen hadden geen antwoord en zagen geen andere uitweg dan het land over te geven aan de Duitse bezetter.

Parijs was destijds al een grote stad. Een stad waar ook veel Joodse mensen woonden. In juli 1942 gaf Duitsland de opdracht dat alle Joden moesten worden opgepakt. Door middel van diverse razzia’s werden hele families opgepakt. Maar deze mensen wisten niet wat er met hen ging gebeuren. Er waren wel geruchten, maar die waren er in die tijd zoveel al geweest dat men die niet zo snel meer geloofde.

Het Vélodrome d'Hiver bleek een tijdelijk verblijf te worden voor ruim 8.000 Joodse mensen die waren opgepakt tijdens de razzia’s. Het velodroom, waar ooit nog mensen genoten van de vele sportwedstrijden, was nu slechts een plek geworden waar mensen angstige momenten beleefden. De angst kwam voort de onzekerheid. Want men had geen idee wat nog zou komen.

Maar tijdens de dagen waarop de Joodse mensen moesten verblijven in het Vélodrome d'Hiver waren de omstandigheden vreselijk. Er was nauwelijks schoon drink water. Er was te weinig voedsel en ook was er een gebrek aan sanitaire voorzieningen. Er waren ook maar een beperkt aantal artsen aanwezig. Zij probeerden de mensen te helpen die problemen hadden met hun gezondheid. Maar wanneer er volgens een van de bewakers niets aan de hand was en je naar zijn zin door zeurde, kon het zomaar gebeuren dat je dit met een kogel door het hoofd moest bekopen.

Een aantal mensen zagen het dan ook niet meer zitten en sprongen van de hoge tribunes naar beneden; zelfmoord. Het moet vreselijk zijn geweest om in die omstandigheden gevangen te zijn. Een mens heeft op dat moment zelf niets meer in handen. Je word overgeleverd  aan de angst die zich snel meester van je maakt. Je hebt je eigen lot niet meer in handen.

De Joden die in het Vélodrome d'Hiver werden vastgehouden werden uiteindelijk vervoerd naar diverse concentratiekampen in Europa waar de meest verschrikkelijke misdadigheden plaatsvonden. Veel mensen lieten daar het leven. Een enkeling overleefde het maar had er een gruwelijke herinnering bij.

Het Vélodrome d'Hiver werd na de Tweede Wereldoorlog weer gebruikt voor sporten. Zo werd in 1951 het Europees Kampioenschap basketbal gehouden in het stadion. Het stadion waar een aantal jaren ervoor dingen gebeurde waar je liever niet over nadenkt maar waarvoor je niet weg kan lopen.


Maar in 1959 moest het stadion gesloopt worden nadat een brand enorme schade had aangericht. Het stadion werd niet meer opgebouwd maar wel werd er een herdenkingsmonument opgericht voor de slachtoffers van deze gebeurtenis. Een nachtmerrie waarvan je hoopt dat het nooit meer zal gebeuren. Nooit meer…

5 jan 2014

De hel van Deurne, een stadion zoals het moet

Voetbalstadions kunnen zo prachtig zijn. En dan heb ik het niet over de betonnen bakken waar tegenwoordig heel veel clubs in spelen, maar dan heb ik het over stadions die al heel erg lang mee gaan in de wereld. Een stadion waar een verhaal in zit. Waar iedere week vele mensen hebben staan juichen maar wellicht ook veel verdriet hebben gekend. De komende periode zal ik diverse stadions eruit lichten die een bijzonder verhaal met zich mee brengen.

Ik trap af in het land van onze Zuiderburen, namelijk België. Niet ver over de grens met Nederland ligt Antwerpen. Een grote havenstad waar vooral de ring geregeld vast loopt vanwege het grote aantal auto’s dat iedere dag langs deze stad moet passeren. Maar Antwerpen is ook de stad van de oudste voetbalclub van het land.

De lokale Royal Antwerp Football Club, afgekort ook wel Antwerp genoemd, is in 1880 opgericht en is daarmee de oudste nog bestaande club in het land van de Belgen. In de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw besloot de Antwerpse voetbalclub om te verhuizen naar het huidige Bosuilstadion. Echter ging dat niet zo eenvoudig. Er waren namelijk twee groeperingen binnen de club aanwezig. Er was een groep die een 8 hectare groot gebied wilde kopen in de Antwerpse deelgemeente Deurne. Dit zou naar hen mening groot genoeg moeten zijn voor het destijds nog te bouwen stadion.

Een andere groep ging daar echter niet zomaar mee akkoord. Zij wilden namelijk het gehele gebied rondom het stadion kopen om naast het stadion ook andere winstgevende activiteiten op te starten. Echter stuitte dit op bezwaar van de Belgische voetbalbond, die toen nog vond dat er geen commerciële activiteiten plaats mochten vinden.  Maar op 1 november 1923 werd dan toch de eerste wedstrijd gespeeld in het stadion van het huidige Royal Antwerp FC. Een interland tussen België en Engeland trok destijds 40.000 bezoekers.

Het stadion heeft daarna vooral rondom interlands van België en Nederland, die toen nog regelmatig gespeeld werden vanwege de korte afstand tussen beide landen, een bijzondere reputatie opgebouwd. In het Bosuilstadion werden de confrontaties tussen beide landen gespeeld wanneer de Belgen thuis speelden. Er gebeurde dan vaak iets magisch. De supporters van België waren in staat een sfeer neer te zetten die uniek was voor die tijd. Er werden dan ook bijzondere en memorabele wedstrijden gespeeld in Antwerpen in de vorige eeuw. Het kreeg toen dan ook de bijnaam ‘De Hel van Deurne’.

Maar wat maakt dit stadion nu zo bijzonder. Persoonlijk ben ik er nog niet langs geweest en dat is wel iets wat ik nog moet doen voor het te laat is, maar daar over later meer. Het is een stadion zoals je je ze bijna nergens anders vindt. Met houten bankjes en een typische Engelse uitstraling, is dit stadion een monument in het betaald voetbal. Wanneer je dan naar de hoofdtribune kijkt zie je dat er een verwoede poging is geweest om de commercie zijn intrede te laten doen, maar we kunnen wel stellen dat dit niet echt goed gelukt is.

Het is een prachtig en uniek stadion dat je haast niet veel meer ziet. Maar niet alleen vanwege de bouw is het een monument. Persoonlijk vind ik de verhalen die erbij zitten nog belangrijker. Hier zijn mensen geweest die hun dood hebben gevonden, maar ook mensen die er prachtige momenten mee hebben gemaakt. Mensen die de ene week met veel plezier naar een wedstrijd gingen en vervolgens met een enorme kater naar huis gingen. Het is meer dan een stadion waarin gevoetbald wordt.

Maar het gaat niet goed met het Bosuilstadion. Het stadion dat geschiedenis ademt is al diverse keren aangepast aan de huidige eisen. Het stadion heeft afgelopen jaar tijdelijk moeten sluiten na aanleiding van een tribune die niet aan de eisen voldeed. Daarnaast kwam er ook bovenop dat de elektriciteit voorzieningen niet geschikt meer zijn voor de huidige tijd.

Maar er wordt nu weer in gevoetbald door Royal Antwerp Football Club. Zij staan momenteel onder leiding van Jimmy Floyd Hasselbaink. De voormalige spits van het Nederlands Elftal, is bij Antwerp FC begonnen aan zijn eerste klus in het betaald voetbal als hoofdtrainer. Hij heeft de taak gekregen om Antwerpen weer naar het hoogste niveau te brengen. Al enkele jaren speelt de ploeg niet meer op het hoogste niveau in België, ondanks de grote en rijke geschiedenis die de club bezit.

Ik wil iedereen aanraden om naar dit stadion af te zakken. Het voetbal wat je te zien krijgt tijdens een wedstrijd zal niet geweldig zijn, maar wanneer je denkt aan de geschiedenis en geniet van het oude stadion, kan je er een hele leuke tijd hebben denk ik. Ik ga er binnenkort in ieder geval een bezoekje aan brengen. Want over een paar jaar kan het zomaar zijn dat het stadion zelf tot de geschiedenis hoort!


Praktische informatie om het stadion te bezoeken: Het stadion ligt niet in Antwerpen zelf, zoals hierboven al te lezen valt. Vanaf station Antwerpen Centraal, dat vanaf Nederland goed te bereiken is, dient men nog een tram te nemen die nagenoeg voor het stadion stopt in het Belgische Deurne. Denk eraan wanneer je met de trein gaat en je een wedstrijd wil bezoeken dat je rekening houdt met het tijdstip van de wedstrijden. Deze worden vooral op een zaterdagavond gespeeld en dat kan dan voor problemen zorgen. Zie dan ook de site van Royal Antwerp FC, www.rafc.be, voor een actueel speelschema.  



14 dec 2013

Ooit wordt het beter... toch?

Afgelopen week zijn we als voetballand Nederland, weer even met beide benen terug op de grond gezet. Waar Ajax het niet voor elkaar wist te krijgen om AC Milan op de knieën te krijgen, kon PSV het zeer gerenommeerde Chornomorets Odessa niet met een nederlaag terug sturen naar Oekraïne. Maar ik wil het in deze blog niet hebben over het feit dat we steeds verder achterop geraken als het over Europees voetbal gaat. Ik wil het hebben over PSV.

Het is niet best wat daar allemaal gebeurd in Eindhoven. Na het laatste hoogtepunt voor hen in dit jubileum jaar, de klinkende overwinning in eigen huis tegen Ajax, is het niet veel beter geworden. Er wordt al een lange tijd niet meer gewonnen van ploegen in Nederland. En dus begint de paniek een beetje toe te slaan. Want een topclub is het niet gewend om in dit soort situaties terecht te komen.

Maar wanneer een club in paniek raakt, gaat men ook vaak gekke dingen doen. PSV sprak tijdens de aanstelling van Cocu als trainer van de club uit dat men koos voor de jeugd. Na het voorbije seizoen, waarin de club van incident naar incident sprong, koos men voor deze optie. De jeugd zou de kans krijgen om zich te laten zien. En dat leek ook erg goed uit te pakken. Na een formidabel begin in onder meer de voorronde Champions League, leek de club er weer bovenop te zijn.  

Nu de winterstop nadert kan je voorzichtig stellen dat er van dat goede begin helemaal niets meer over is. De jonge spelers zijn uit vorm en ook ontbreekt het aan vertrouwen. Ondertussen begint de algemeen directeur een aantal vreemde uitspraken te doen zoals dat het niet nodig is om Europees voetbal te behalen. Een erg onhandige uitspraak en zeker in de situatie waarin de club zich momenteel begeeft.

En nu begint de roep om nieuwe spelers steeds luider te worden vanuit het Eindhovense leven. Men vindt dat met deze groep er niet meer in zal zitten en dat er daarom enkele aankopen gedaan moeten worden. Er moet ervaring gekocht worden want dat is volgens vele fans hetgeen wat nodig is voor dit PSV. Maar ik betwijfel of dat de juiste manier is om er weer bovenop te komen.

PSV heeft namelijk afgelopen zomer de keuze gemaakt om te gaan voor de jeugd en daarmee ook voor de lange termijn. Wanneer je nu een aantal ervaren spelers erbij wilt halen, ik vraag me overigens af of die momenteel wel voor dit PSV willen spelen, ga je het principe van de jeugd heeft de toekomst overboord gooien. Je gaat dan voor de korte termijn en dat kun je in mijn ogen beter niet doen momenteel.

Het seizoen van PSV is namelijk al voor een groot deel over. Geen beker, geen Europa en een flinke achterstand op de top in Nederland. Het is misschien te vroeg om nu al te spreken van een verloren seizoen, maar deze dingen zorgen ervoor dat je dat wel gaat denken. Maar wat zou dan wel verstandig zijn om te doen voor dit PSV?

Ga door die zure appel heen. Feyenoord heeft dit ook gemoeten. Zij hadden destijds ook grote financiële problemen, maar zij zijn altijd door gegaan. Er is daar nooit iemand geweest die het vertrouwen echt in de club verloren heeft. En eens wordt het beter. Maar om dit seizoen nog diverse spelers aan te kopen, terwijl het seizoen haast niet meer te redden valt, lijkt mij dan ook geen verstandige zet. Het zijn snelle lijmpogingen om de club voor dit seizoen te redden.

De club doet er nu verstandig aan om de organisatie zo neer te zetten zoals zij het voor ogen heeft. Men kan nu de jeugdopleiding gaan veranderen in de richting die men wil. En wat misschien wel het belangrijkste van alles is, is de band met de fans intensiever maken. Want iedereen kan zich je het afgelopen seizoen wel herinneren. Dat liep toen niet helemaal lekker.

Al heb ik mijn bedenkingen rondom het bericht dat de spelers het kaartje voor de uitsupporters van PSV voor de wedstrijd tegen Utrecht betalen, ik denk dat dit iets teveel vanuit de club is gekomen en niet zozeer vanuit de spelers, zie je in ieder geval wel dat de band tussen beide wel met de week beter wordt. Ook al is het resultaat ronduit dramatisch.


Maar om terug te komen op het beleid wat PSV nu vaart, ze moeten proberen de rust te bewaren. Je moet een sfeer creëren dat het in eerste instantie om het plezier gaat en dat voetballen leuk is. En doe geen gekke dingen meer. Ga niet meer je ploeg halsoverkop om gooien. Laat de algemeen directeur geen onnodige uitspraken doen. En misschien nog wel het belangrijkste, houdt je vast en het gekozen beleid. En bedenk ook, ooit komt het goed.  

7 dec 2013

‘Wij hebben geen eigen belang. Alleen het belang van de club telt’

De laatste jaren zijn er steeds meer voetbalclubs in handen gevallen van rijke miljonairs. Van hele grote ploegen als Chelsea tot op een wat lager niveau zoals Vitesse. Ze hebben allemaal eigenaren gekregen die enorm veel geld in de club steken. Maar lang niet iedereen vindt dit een goede ontwikkeling. Zo ook John van Zweden, een van de aandeelhouders van Swansea City maar bovenal ook een voetballiefhebber. Ik sprak met hem over dit onderwerp.  ‘’Het is een beetje een zieke wereld.’’

John van Zweden begrijpt niet goed waarom mensen geïnteresseerd zijn in de grote ploegen als Barcelona en Real Madrid. ‘’ Kijk naar wat Real heeft gedaan met het aantrekken van Bale voor 100 miljoen als linksbuiten terwijl ze de beste linksbuiten van de wereld hebben. Daarnaast hebben ze een schuld van rond de 600 miljoen. Hoe is dat mogelijk! Ik snap dan ook niet dat mensen graag naar clubs als Real en Barcelona kijken. Allebei mega schulden en de toeschouwers moeten elk jaar meer betalen. Belachelijk.’’

Van Zweden vindt het knapper zoals Bayern München zijn zaken heeft geregeld. ‘’Ik heb meer respect voor Bayern. Geen schuld en alles betalen met eigen geld’’, vervolgt van Zweden. Over Swansea is hij heel duidelijk. ‘’Ik ben er trots op dat wij een gezonde club zijn die niet van die rare dingen doen. Wij geven niet meer uit dan we hebben. Daarnaast zijn onze toegangskaartjes de laagste van de hele Premier League. Bij Swansea geven we niet meer uit dan er binnenkomt. Simpeler kan niet!
Zo doe je in het dagelijks leven het ook, en zo hoort het ook. En dan kunnen we met een kleine  begroting toch ook nog winst maken.’’
John van Zweden met een van de successen van Swansea
© John van Zweden

Bij de buren van Swansea, Cardiff City, is het tegenovergestelde het geval. Een aantal jaren geleden kwam daar een eigenaar die besloot enkele dingen binnen de clubcultuur te veranderen. De clubkleuren werden aangepast en niet gek veel later was het logo aan de beurt. De club kwam steeds verder weg van de eigen aanhang te staan en kreeg er ook nog een lening bij met een enorme rente. Van Zweden: ‘’Supporters werden gek. Maar ze kunnen er ook niets tegen doen. Wij zijn de enigste club die in handen is van supporters en dat voelt goed. Onze fans lopen met ons weg. We beantwoorden hun vragen via de social media (Twitter en Facebook ) en houden zo onze club normaal. ‘’  

De UEFA wil de komende jaren gaan proberen om de financiële verschillen tussen de diverse clubs te verkleinen. Daarvoor is het Financial Fair Play bedacht. John van Zweden is tevreden over het initiatief, maar heeft ook zijn twijfels. ‘’Als Michel Platini doet wat hij nu zegt, geloof ik daarin. Maar ook bij de UEFA en de FIFA draait het om geld. Geld maakt de wereld ziek en dus ook het voetbal. Ik twijfel daarom steeds meer aan Platini. Ik heb altijd gezegd, het is te hopen dat die Blatter snel aftreedt. Maar dat doet hij pas als hij dood is, denk ik. Tot die tijd is alles toegestaan, en kunnen clubs alles doen.’’

Swansea hoeft echter niet te vrezen voor de gevolgen van het Financial Fair Play systeem. De club maakt winst. En wat misschien nog wel belangrijker is, is de goede band die de club met de eigen achterban heeft. ‘’We zijn een grote familie. We onderhouden contact met onze fans via sociale media en zullen ook nooit de clubkleuren of het logo aanpassen. Wij zijn trots op onze club en weten ook waar we vandaan zijn gekomen. Dat is iets wat wij nooit zullen vergeten. Elf jaar geleden bestond Swansea bijna niet eens meer.’’

Voor toekomstige voetbalbestuurders heeft John van Zweden ook nog een belangrijk advies. ‘’Als je een bestuurslid bent, moet je normaal doen. En een club moet je besturen zoals je je eigen bedrijf of je eigen gezin ook draaiend houdt. En ook moet je niet groter doen dan je bent. Je ziet geen van onze bestuursleden in extreem dikke auto’s rijden. Wij hebben geen eigen belang. Alleen het belang van de club telt!’’

Een uitgelaten John van Zweden
© John van Zweden
Maar ook Van Zweden beseft zich dat het eens klaar is met dit jongensboek. ‘’Ooit zal er een dag komen dat er iemand komt om de club over te nemen. Dat is op dit moment niet het geval. Maar als iemand de club overneemt moet dat iemand zijn die het beste voor heeft met de club. Maar ik zal me daar nooit mee bemoeien. Dat zal onze voorzitter verder af moeten handelen.’’


‘’Ik heb het mooiste leven wat er is. Verkoop vier dagen van de week mijn rollenbehang, en zit drie dagen van de week bij Swansea. Mooi toch! En dan doe ik ook nog regelmatig lezingen geven aan bedrijven of voetbalclubs. Vertel daar mijn mooie Swansea avontuur. Ik zou met niemand willen ruilen!’’

7 nov 2013

Supporter zijn is niet zo makkelijk

Stelt u zich eens voor. Je bent een supporter van een voetbalclub. En deze week is het eindelijk weer eens een lekker potje Europees voetbal. Maar we moeten daar wel een stukje voor reizen namelijk naar Italië. Dat vinden we geen probleem want dat is nog best gezellig om met vrienden onderling op stap te gaan.

Eenmaal aangekomen daar is het best gezellig met elkaar. Je drinkt wat biertjes met je vrienden, er worden weer wat schunnige moppen verteld en als iedereen een beetje aangeschoten wordt, worden er ook de eerste liederen ingezet die men altijd zingt bij jou club. Het is beregezellig. Tot op een bepaald moment. Dan komt er ineens een groep van ongeveer twintig capuchons op je afgelopen. Ze zijn niet gekomen om mee te feesten maar om een ouderwets potje elkaar de hersenen in te slaan.

Maar ze hebben het deze keer op jou en je vrienden gemunt. Want jullie zijn van die club waar onze club vanavond tegen speelt. En dat vinden zij een goede reden om je een paar klappen te verkopen. Je hebt dan zelf twee opties; of heel hard weg rennen of terug slaan. Die keuze laat ik aan u, maar duidelijk mag zijn dat zo een gemiddeld opstootje geboren wordt.

Een dag later is in diverse media te lezen dat er door supporters van een bepaalde club in het buitenland gevochten is. We spreken met zijn allen onze afkeuring uit over deze types, want nee het kan echt niet deze keer. Maar daar word ik een beetje moe van de laatste tijd. Fans worden allemaal over een kam geschoren en het is dan ook niet gek dat je als voetbalsupporter in het algemeen wordt neergezet als de grootste debiel die er rond loopt op aarde.

Maar ik wil hier een lans breken voor de voetbalsupporter. Ik heb het niet over degene die bewust uit zijn op het vechten, maar wel over de fans die hun club door weer en wind steunen. Zij die iedere week een godsvermogen betalen om naar een wedstrijd van hun favoriete club te kunnen gaan. Zij die hun club helemaal achterna reizen naar Kazachstan omdat er toevallig daar ook nog gevoetbald wordt door hun team.

Maar de laatste jaren worden supporters steeds vaker weggezet door diverse media als tuig en mensen met een tekort aan hersencellen. En natuurlijk heb je de rotte appels ook in het voetbal ertussen zitten. Die zitten overal tussen. Maar als ik u vertel dat er bij het voetbal in de Eredivisie 10% minder incidenten zijn geweest dan het jaar ervoor. En dan te bedenken dat het eigenlijk ieder jaar minder wordt.

Maar waar ik mij dan bijvoorbeeld aan stoor is het volgende: iedere thuiswedstrijd van Ajax of Feyenoord zijn er zo’n 50.000 mensen op de been. Er worden natuurlijk wel wat mensen opgepakt maar dat aantal is bij lange na niet zo hoog dan wat er aan aanhoudingen werd verricht bij een festival als Lowlands. Hier werden ook een slordige 111 mensen aangehouden en ook daar waren 50.000 mensen aanwezig! En daar zeggen we dan, als een volkje dat overal een mening over heeft, niets over.

Soms hoop ik gewoon dat, zeker bij Europese wedstrijden, er geen incidenten plaats vinden waar zogenaamde supporters van bepaalde ploegen weer bij betrokken zijn. Dat er gewoon eens over de wedstrijd gepraat wordt of over de steun van de supporters.

En ik heb een advies aan alle moraalridders van Nederland. Ga eens mee met een Europese uitwedstrijd van een club. Het is voor het overgrote deel echt geen vechttripje. Het is een feest. Het is gezellig. Het is precies zoals voetbal door supporters wordt ervaren. En dan heb ik het niet over volwassen mannen in oranje leeuwen pak.   

Want zonder supporters heb je geen voetbal!